Lymfklierkanker - onderzoek en diagnose

 

Als je met één of meerdere symptomen van lymfklierkanker de huisarts bezoekt, zal deze je eerst lichamelijk onderzoeken. Meestal laat de huisarts ook het bloed onderzoeken. Afwijkende resultaten van deze onderzoeken kunnen uitwijzen dat verder onderzoek nodig is. De huisarts verwijst dan meestal naar een internist. Om vast te stellen of er inderdaad sprake is van lymfklierkanker kan de internist één of meerdere van de volgende onderzoeken (laten) uitvoeren: 

  • Een echografie om de aard en omvang van afwijkingen te bepalen. 
  • Een punctie van een gezwollen lymfklier. Bij een punctie zuigt de arts met een dunne, holle naald weefsel en vocht uit een gezwollen lymfklier. Een onderzoek naar dit weefsel moet duidelijk maken waar de lymfklierzwelling door komt. Een punctie vindt meestal plaats in de polikliniek.
  • Biopsie van een gezwollen lymfklier. Hierbij verwijdert de arts (een stukje) van een gezwollen lymfklier om vast te stellen of er wel of geen sprake is van lymfklierkanker. Afhankelijk van de plek in het lichaam vindt een biopsie plaats onder verdoving of onder algehele narcose. Onderzoek van het biopt is de enige wijze waarmee met zekerheid vast te stellen is dat het om lymfklierkanker gaat en welke precieze vorm.

Verder onderzoek

Als er sprake is van lymfklierkanker, is verder onderzoek nodig om de uitgebreidheid (stadium) van de ziekte te bepalen. De patiënt kan dan de volgende onderzoeken krijgen: 

  • Ct-scan van de hals, borst en buik. Hiermee kan de arts zien of er opgezwollen lymfklieren zijn en waar deze precies zitten. 
  • Een pet-scan. Doordat kankercellen een verhoogde stofwisseling hebben, verbruiken ze veel suiker. De arts maakt hier tijdens een pet-scan gebruik van: hij dient radioactief suiker toe die de kankercellen op dezelfde manier opnemen als suiker. Hierdoor kan de arts de actieve lymfomen zien. 
  • Een beenmergonderzoek. De arts beoordeelt of en hoeveel abnormale lymfocyten er zijn. 

Diagnose

Uit de onderzoeken wordt een diagnose vastgesteld. Bij deze diagnose wordt op basis van het soort lymfklierkanker en het stadium van de ziekte een geschikte behandeling bepaald. 

Stadium

In stadium I is één lymfkliergebied aangedaan 
In stadium II zijn twee of meer lymfkliergebieden aangedaan aan dezelfde kant van het middenrif 
In stadium III zijn lymfkliergebieden aangedaan boven én onder het middenrif 
In stadium IV is de ziekte uitgebreid naar organen als de longen, de lever, het beenmerg of de huid

Aan het stadium wordt vervolgens een letter toegekend: A of B

A: er zijn geen algemene ziekteverschijnselen.
B: de patiënt heeft last van koorts, gewichtsverlies of nachtzweten.

Er kunnen ook andere klachten optreden, zoals ernstige jeuk, of pijn bij het drinken van alcohol. Deze klachten passen bij de ziekte, maar worden niet als B-symptomen beschouwd.

Veelgestelde vragen