Multipel myeloom - onderzoek en diagnose

 

Om de diagnose multipel myeloom te kunnen stellen, is uitgebreid onderzoek nodig. Het moet immers duidelijk worden hoe ernstig de situatie is en welke behandeling daarbij past. Daar zijn in elk geval de volgende onderzoeken voor nodig:  

  • Bloedonderzoek, waarbij onder meer gekeken wordt naar aantallen witte bloedcellen, hemoglobinegehalte (Hb), nierfunctie, calciumgehalte en de concentratie van het M-proteïne.
  • Onderzoek in de urine of in het bloed op de aanwezigheid van het Bence-Joneseiwit.
  • Beenmergonderzoek, onder meer om het percentage plasmacellen te bepalen en na te gaan of er haarden van plasmacellen zijn. Aan de hand van beenmergonderzoek zijn ook afwijkingen in het DNA van de tumorcel te bepalen. Op basis daarvan is een voorspelling over het verloop van de ziekte mogelijk.
  • Röntgenonderzoek van het skelet om botafwijkingen op te sporen.  

 

Aanvullend onderzoek

Verder wordt soms een biopt van een bepaald orgaan afgenomen. De patholoog kan dan bepalen of sprake is van een abnormale neerslag van eiwitten die zijn geproduceerd door de kwaadaardige plasmacellen. Ook is het mogelijk een echo van hartspier en lever te maken om te zien of deze organen aangetast zijn. Dit gebeurt alleen als daar aanwijzingen voor zijn.