Late effecten allogene stamceltransplantatie

 

Het is lastig te voorspellen hoe je herstelt van een allogene stamceltransplantatie. Het maakt bijvoorbeeld nogal wat uit of je wel of geen last krijgt van graft-versus-hostziekte. Veel mensen worden niet meer helemaal de oude. Je kunt dan niet meer, of slechts gedeeltelijk, werken. Je bent eerder moe en kunt daardoor niet meer lang achter elkaar in touw zijn. 

Late gevolgen kunnen worden veroorzaakt door de chemotherapie, die je hebt gehad voor je aandoening, de voorbehandeling voor de stamceltransplantatie of door chronische graft-versus-hostziekte. Ook een combinatie daarvan is mogelijk. Een chronische chronische graft-versus-host-ziekte kan alle organen aantasten. De meestvoorkomende klachten staan hieronder vermeld. 

Psychische gevolgen  

Een stamceltransplantatie is altijd een ingrijpende gebeurtenis. Sommige mensen verwerken die relatief gemakkelijk, anderen krijgen een flinke psychische knauw. Het kan een tijd duren voordat je er weer bovenop bent. Duurt dat langer dan een jaar of voel je je ernstig uit je evenwicht gebracht? Praat er dan over met je huisarts of je behandelend arts. Zij kunnen je een verwijzing geven voor psychosociale ondersteuning. 

Verminderde werking van de schildklier

Heb je een totale lichaamsbestraling gehad? Dan kan het gebeuren dat je schildklier minder goed gaat werken. Je merkt dat aan verschillende verschijnselen:  

  • moeheid;
  • traagheid;
  • je bent slaperig;
  • obstipatie;
  • je hebt het steeds koud;
  • je gewicht neemt toe;
  • soms heb je een langzame hartslag en een verhoogde bloeddruk.  

Laat je arts weten dat je deze klachten hebt. Hij zal dan proberen ze met medicijnen te behandelen. 

Oogproblemen

Door de lichaamsbestraling of het gebruik van prednison kun je staar krijgen. Staar is vaak met een kleine operatie te verhelpen. Sommige mensen maken na een stamceltransplantatie als gevolg van chronische graft-versus-hostziekte minder traanvocht aan. Dat zorgt voor droge of branderige ogen.  

Verminderde longfunctie

Chemotherapie of bestraling zorgen er soms voor dat je longen minder goed werken, waardoor je kortademig wordt. Je longen kunnen ook aangetast worden door ernstige graft-versus-hostziekte. 

Jeuk

Graft-versus-hostziekte en bestraling kunnen allebei jeuk veroorzaken. Houd je lang jeuk? Laat het je arts weten. Hij kan mogelijk middelen voorschrijven die de jeuk verlichten. 

Veranderde reuk  

Soms verandert je reuk. Je kunt dan de geur van mensen om je heen niet goed verdragen. Dat kan moeilijk zijn voor je naasten. Zij kunnen het kwetsend vinden als je om die reden op afstand blijft.  

Vervroegde overgang

Als vrouw kom je na een myeloablatieve stamceltransplantatie bijna altijd in de overgang. Het hormoon oestrogeen kan je overgangsklachten verminderen. Overleg met je huisarts of gynaecoloog of het zinvol is om oestrogeen te gebruiken.  

Als je inderdaad in de overgang komt, ben je niet meer vruchtbaar. Maar zolang dat niet zeker is, kun je beter voorbehoedsmiddelen blijven gebruiken. 

Problemen met seksualiteit

Veel vrouwen krijgen na een stamceltransplantatie pijn bij het vrijen. Dat komt omdat het slijmvlies van de vagina droog en kwetsbaar wordt. De veranderde hormoonhuishouding en/of een chronische graf-versus-hostziekte zijn daar de oorzaak van. Een glijmiddel kan het vrijen prettiger en minder pijnlijk maken. Je haalt zo'n glijmiddel zonder recept bij de drogist of apotheek. Mannen kunnen last krijgen van erectiestoornissen of een veranderd orgasme na een stamceltransplantatie.  

Voor mannen en vrouwen geldt dat je door vermoeidheid, door je zorgen of door een andere oorzaak minder zin in vrijen kunt krijgen. Ongemak bij het vrijen en het gemis aan intimiteit leggen vaak een grote druk op je relatie. Praat erover met je behandelend arts of je huisarts. Zij kunnen je verwijzen naar een gespecialiseerde zorgverlener, bijvoorbeeld een seksuoloog. 

Tweede soort kanker

Bij een stamceltransplantatie word je intensief behandeld met chemotherapie en/of radiotherapie. Bovendien heb je voor die tijd vaak ook intensieve chemotherapie gehad om de aandoening te behandelen. Daarom heb je op lange termijn een iets grotere kans op een tweede soort kanker.