AML - onderzoek en diagnose

 

Bij een verdenking op AML moet de diagnose snel gesteld worden, zodat ook snel met de behandeling kan worden begonnen. Om te bepalen welke behandeling het beste voor je is moet de arts weten welk subtype AML je precies hebt. Hij moet ook een goed beeld hebben van je voorgeschiedenis, eventuele andere ziektes die je hebt en je algehele conditie. Daar zijn verschillende onderzoeken voor nodig. 

Lichamelijk onderzoek

De hematoloog zal je grondig onderzoeken. Hij zoekt daarbij vooral naar opgezette lymfklieren, naar de grootte van de milt, verschijnselen van een infectie, bloedingen en blauwe plekken.

Bloedonderzoek

In het bloed wordt vooral gekeken naar het aantal witte en rode bloedcellen en het aantal bloedplaatjes. Zijn er afwijkende witte bloedcellen? Is de verhouding tussen de verschillende soorten witte bloedcellen veranderd? Bij AML is er vaak sprake van bloedarmoede, een tekort aan plaatjes en meestal te veel abnormale witte cellen.

Beenmergonderzoek

Een beenmergpunctie is nodig om het beenmerg te kunnen onderzoeken. Het beenmerg wordt daarbij met een holle naald uit het binnenste gedeelte van het bot opgezogen, meestal aan de achterkant van het bekken. Dat gebeurt onder plaatselijke verdoving. Toch is de ingreep helaas niet pijnloos, omdat het bot zelf niet verdoofd kan worden. Het beenmerg wordt gekleurd en onder de microscoop bekeken.

Cytogenetisch/moleculair onderzoek

Hierbij wordt het beenmerg onderzocht om afwijkingen in de chromosomen en DNA van de leukemiecellen op te kunnen sporen. Het vinden van afwijkingen is van belang voor de prognose en de keuze van de behandeling.

Hersenvochtonderzoek

Soms breidt de leukemie zich uit naar het centrale zenuwstelsel. Als je klachten hebt die daarop wijzen zal de hematoloog een ruggenprik (laten) uitvoeren om het hersenvocht te kunnen onderzoeken.

Spanning en onzekerheid

Totdat de diagnose definitief is heb je vast veel vragen over je ziekte, die de arts nog niet kan beantwoorden. Dat kan spanning en onzeker­heid met zich meebrengen, zowel bij jou als bij je naasten. Het helpt als je weet wat er bij de verschillende onderzoeken gaat gebeuren. Die informatie krijg je niet altijd vanzelf. Vraag er daarom naar op de afdelingen waar de verschillende onderzoeken plaatsvinden. Stel ook je ongerustheid aan de orde als je met je dokter praat. Je kunt ook via Hematon contact opnemen met lotgenoten om over je zorgen te praten. 

Diagnose

De hematoloog stelt uiteindelijk vast welk subtype AML je hebt. Er zijn grofweg vier groepen:

  • vormen van AML met chromosoom-/DNA-afwijkingen;
  • AML die voortkomt uit een voorafgaande hematologische ziekte (MDS etc.);
  • AML die een gevolg is van chemotherapie in het verleden;
  • een restgroep.