Indolente non-hodgkinlymfomen - behandeling

 

Omdat een indolent non-hodgkinlymfoom langzaam groeit, krijg je meestal pas na een langere tijd klachten. Daarom wordt deze ziekte in 80% van de gevallen pas in stadium III of IV ontdekt. Word je gediagnosticeerd met non-hodgkinlymfoom in stadium I en (beperkt) stadium II dan is de ziekte soms wel te genezen. Daarom wordt bij stadium I of II niet gekozen voor een wait-and-seebeleid, maar krijg je direct een behandeling.

In stadium III en IV is de ziekte moeilijk te genezen, maar wel goed onder controle te krijgen. Heb je geen lichamelijke klachten, dan kiest de arts in overleg met jou meestal voor een wait-and-seebeleid: gecontroleerd afwachten. Je krijgt alleen direct behandeling als er sprake is van lichamelijke klachten of andere symptomen.

De behandeling bestaat meestal uit chemotherapie in combinatie met immuuntherapie. Dat is een ingrijpende behandeling, maar vanwege het vergevorderde stadium van de ziekte is dit nodig om de ziekte langdurig onder controle te krijgen. Door op de juiste momenten doeltreffend te behandelen kun je telkens gedurende enkele jaren in remissie komen. De ziekte is dan niet actief. 

Chemo- en immuuntherapie

De artsen behandelen zoals gezegd een indolent non-hodgkinlymfoom vaak met een combinatie van chemotherapie en immuuntherapie. Bij chemotherapie is het de bedoeling dat de middelen die je krijgt, de kankercellen doden. Immuuntherapie zorgt ervoor dat je eigen afweersysteem de kankercellen beter kan vernietigen. Meestal wordt gekozen voor een combinatie van bijvoorbeeld COP/CVP, CHOP of bendamustine (chemotherapie) met rituximab (immuuntherapie)

COP- of CVP-kuur

Bij een COP-kuur krijg je op de eerste dag van de behandeling via een infuus vincristine toegediend. Van dag één tot en met vijf krijg je ook cyclofosfamidetabletten en prednisontabletten. De kuur bestaat uit acht cycli van vijf dagen, eens in de drie weken. 

CHOP- of bendamustinekuur

Als je ziekte een agressief verloop kent, dan kan voor deze intensievere kuur worden gekozen. Vergeleken met een COP-kuur blijft de ziekte bij deze kuur langer weg, maar het leidt uiteindelijk niet tot een langere overleving. De CHOP-kuur bestaat uit cyclofosfamide, vincristine en adriamycine via een infuus, in combinatie met prednisontabletten.

Bij een bendamustinekuur krijg je op twee opeenvolgende dagen bendamustine via een infuus, de eerste dag gecombineerd met rituximab. Deze kuur wordt na vier weken herhaald, in het totaal zes keer.

Chlorambucilkuur

Deze kuur krijg je als je niet fit genoeg bent voor een COP-kuur. Je slikt gedurende veertien dagen chlorambucil-tabletten, gevolgd door veertien dagen rust. De chlorambucil-tabletten zijn een soort chemotherapie in tabletvorm. Deze therapie is vaak een zware belasting voor het beenmerg. Als uit bloedonderzoek blijkt dat de kuur het beenmerg te veel belast, past de arts de dosering aan.

Immuuntherapie

Bij indolent non-hodgkin wordt als immuuntherapie rituximab ingezet. Deze kuur valt onder de immuuntherapie. Rituximab is een antistof die een eiwit (CD20) herkent dat op normale en kwaadaardige B-lymfocyten voorkomt. Als de antistof aan CD20 bindt, activeert het de eigen afweercellen van de patiënt. Deze zullen dan de lymfoomcellen doden. Rituximab krijg je gelijktijdig met alle andere soorten chemotherapie, zoals COP/CVP, CHOP of bendamustine. Dat betekent dat je dit op dag één van elke kuur (via een infuus of een onderhuidse injectie) krijgt toegediend. Daarnaast kun je rituximab krijgen als onderhoudsbehandeling, waardoor de ziekte langer wegblijft.

Radiotherapie

In stadium I en II, als de precieze plek van het lymfoom aan te geven is, krijg je soms radiotherapie met een zeer lage dosis straling. Daarmee kan de ziekte goed onder controle gehouden worden en je hebt een heel laag risico op late effecten van de behandeling.

Stamceltransplantatie

Komt na behandeling met immuun-chemotherapie de ziekte snel weer terug, dan kun je in aanmerking komen voor een stamceltransplantatie. Hierbij kan sprake zijn van een autologe stamceltransplantatie (met eigen stamcellen) of een allogene stamceltransplantatie (met stamcellen van een donor).

Resultaten

In Nederland word je, als er een reden is om behandeling te starten, meestal behandeld met acht R-CVP/R-COP-kuren (bestaande uit rituximab, cyclofosfamide, vincristine (Oncovin) en prednison. Direct starten met de zwaardere R-CHOP wordt alleen overwogen bij een hoog risico of wanneer snelle afname van vergrote lymfklieren gewenst is. Of als de ziekte zich ontwikkelt tot een agressiever type lymfoom. Overigens is ook bij behandeling met R-COP/CVP de kans op een goede reactie erg groot, meer dan 85%, en duurt die reactie gemiddeld enkele jaren. Die periode kan nog verlengd worden met een onderhoudsbehandeling rituximab (elke drie maanden gedurende twee jaar, in totaal acht giften).

Bijwerkingen

Het is niet mogelijk om te voorspellen van welke bijwerkingen je last zult krijgen tijdens de behandeling. De bijwerkingen, en de mate waarin je daar last van hebt, verschillen per medicijn, per mens en ook per fase van de ziekte.

Een aantal veelgebruikte medicijnen voor non-hodgkin kan polyneuropathie veroorzaken. Deze aandoening ontstaat onder meer door schade aan de zenuwen als gevolg van de chemotherapie. Dat kan onder meer krachtverlies, tintelingen, een doof gevoel en pijn veroorzaken, vooral in handen en voeten. Het is belangrijk deze bijwerking snel te melden aan je arts. Daarnaast komen bijwerkingen als misselijkheid, vermoeidheid en een verhoogde kans op infecties voor.

Rituximab Vooral tijdens de eerste toediening: reactie op de infusie, bijvoorbeeld koorts, rillingen, kortademigheid, piepende ademhaling, misselijkheid, buikpijn, lage bloeddruk. Bij de meeste patiënten treden deze bijwerkingen alleen op tijdens het eerste infuus.

CVP/COP-kuur Milde remming van de bloedaanmaak in het beenmerg; verminderde aanmaak van rode en witte bloedlichaampjes (beenmergdepressie), waardoor respectievelijk bloedarmoede, vermoeidheid, een grotere kans op infecties en verminderde aanmaak van bloedplaatjes waardoor de bloedingsneiging toeneemt, misselijkheid. Neuropathie ten gevolge van de vincristine: pijn of tintelingen of minder gevoel in vooral de voeten en handen, soms ook krachtsverlies. Het is erg belangrijk klachten van neuropathie direct te melden. Het kan zijn dat de dosis in de volgende kuur moet worden aangepast of dat het middel zelfs helemaal moet worden weggelaten. 
Deze kuur geeft weinig kans op haaruitval (het komt af en toe voor) en meestal geen mucositis (slijmvliesbeschadiging).

CHOP-kuur Deze kuur geeft sterkere beenmergdepressie en meer kans op misselijkheid en braken. De kans op neuropathie (ten gevolge van de vincristine: pijn of tintelingen of minder gevoel in vooral de voeten en handen, soms ook krachtsverlies) is vergelijkbaar met andere kuren. Het is enorm belangrijk om klachten van neuropathie direct te melden aan je behandelend arts. Het kan zijn dat de dosis in de volgende kuur moet worden aangepast of dat het middel moet worden weggelaten.
Deze kuur geeft een grote kans op haaruitval en kan ook mucositis (slijmvliesbeschadiging) geven, wat zich vooral kan uiten als pijn in de mond en diarreeklachten. Daarnaast is de adriamycine in de kuur schadelijk voor de hartspier, vooral als je het in een hoge (totale) dosering krijgt. Als je ook hartklachten hebt, krijg je eerst een onderzoek waarbij de hartfunctie in kaart wordt gebracht. Soms kun je geen adriamycine krijgen als je hartfunctie al verminderd is.

Bendamustine Een behandeling met bendamustine leidt ook tot beenmergdepressie, waarbij deze soms lang kan aanhouden (ook als de kuren al gestopt zijn). Daarbij heb je dus meer kans op infecties, bloedarmoede en bloedingen. Deze behandeling geeft minder kans op neuropathie en mucositis, en geeft geen haaruitval. Wel heb je kans op huidafwijkingen en soms kun je infecties met niet-typische verwekkers krijgen, zoals virussen, schimmels en pneumocystis.

Onderhoudsbehandeling met rituximab Er kan een tekort ontstaan aan normale afweereiwitten (IgG), waardoor de kans op infecties, vooral luchtweginfecties vergroot wordt.

Patiëntenboekje Wait-and-see

Patiëntenboekje Wait-and-see

Patiëntenboekje over wait-and-see. Na de diagnose stelt je arts voor om voorlopig niet te beginnen met een behandeling. Dat gebeurt als de ziekte zich langzaam ontwikkelt en nauwelijks klachten geeft. Het afwachten heet ook wel 'wait-and-seebeleid'. 

Patiëntenwijzer bloedkanker of lymfklierkanker

Wil je kiezen in welk ziekenhuis je behandeld wilt worden? De online patiëntenwijzer kan je helpen. Daarin geeft Hematon informatie over de kwaliteit van de zorg bij bloedkanker en lymfklierkanker in de Nederlandse ziekenhuizen.