13 maart 2018 - Rotterdam

Verslagen

Op 13 maart verzorgde de regio Zuidwest-Nederland in het Rotterdamse Ikazia ziekenhuis voor ongeveer 110 aanwezigen een avond over (non)-hodgkinlymfomen en voeding bij chemo. Hematoloog-oncoloog Fransien Croon-de Boer gaf uitleg over de behandeling van lymfomen. Oncologieverpleegkundige Didi Berends belichtte verschillende aspecten van het wait-and-seebeleid.

Biologieles

Fransien Croon begon met een biologieles. Uit stamcellen ontstaan rode bloedcellen (erytrocyten), bloedplaatjes (stolling) en witte cellen (leukocyten). Tot de leukocyten behoren de lymfocyten. Deze circuleren via het bloed en de lymfknopen in heel het lichaam. Er zijn twee categorieën: T-lymfocyten (van 'thymus' = zwezerik, de klier die dit soort lymfocyten aanmaakt) en B-lymfocyten. In een normaal functionerend lichaam zorgt het immuunsysteem ervoor dat niet gewenste cellen worden opgeruimd (apoptose).

Meer kennis

In 1832 beschreef arts Thomas Hodgkin voor het eerst kanker van het lymfstelsel. Nog steeds wordt zijn naam gebruikt bij het aanduiden van de ziekte, maar talloze vormen van lymfklierkanker werden niet door hem ontdekt. Vandaar het onderscheid tussen hodgkin- en non-hodgkinlymfoom. Een lymfoom is een kwaadaardige zwelling van de lymfklieren. Sinds 1832 hebben we veel meer kennis gekregen die kan helpen bij de behandeling van lymfomen: we weten meer over DNA-fouten en werking van chromosomen en moleculen; we hebben ook meer kennis over fouten in de signaleringsroutes (de cellen hebben 'antennes', receptoren, die communiceren met de celkern via signaalmoleculen. Door toegenomen kennis van de specifieke celprocessen worden meer aangrijpingspunten voor therapie ontdekt.

Hodgkinlymfoom

80 tot 90 % van de hodgkinpatiënten kan curatief worden behandeld; ze worden dus helemaal beter. Nog steeds worden de traditionele therapieën ingezet: chemotherapie en bestralingen. Omdat de bijwerkingen soms vervelend zijn en de langetermijneffecten onaangenaam, wordt gezocht naar steeds betere behandelingen, liefst zoveel mogelijk aanpast aan de individuele patiënt.

Non-hodgkinlymfoom

Er zijn heel veel soorten non-hodgkinlymfomen. Bij een indolent ('sudderend') non-hodgkinlymfoom is het stadium van de ziekte bepalend voor de behandeling. Soms wordt er helemaal niet behandeld en een wait-and-seebeleid gevolgd. Snel behandelen verbetert namelijk de overlevingskansen niet, lymfoomcellen kunnen resistent worden tegen behandeling en er komen steeds nieuwe medicijnen op de markt. Als behandeling wel nodig blijkt, zijn er intussen misschien al wel andere middelen op de markt gekomen. Wanneer er wel wordt behandeld, wordt chemotherapie ingezet, bij een B-cellymfoom ook immuuntherapie. Naast chemotherapie wordt soms voor bestraling gekozen om het lymfoom te bestrijden. Bij een agressief non-hodgkinlymfoom wordt wel onmiddellijk behandeld, met chemotherapie en immuuntherapie, eventueel gecombineerd met bestraling. In sommige gevallen wordt gekozen voor stamceltransplantatie.

Bij zeer agressieve lymfomen wordt eenzelfde behandelschema als bij leukemie gevolgd.

Van het indolent non-hodgkinlymfoom kun je niet genezen, de ziekte komt (vooralsnog) steeds weer terug. Je kunt er wel lang mee leven. Daarom wordt de ziekte steeds vaker als chronisch beschouwd.

Eten bij chemotherapie

Tijdens de pauze konden belangstellenden kennismaken met een bijzonder project van Fransien Croon en de koks van het Ikazia ziekenhuis: 'smaaksturing'. Op basis van studies van de universiteit van Leuven, gastro-engineering, hebben de ziekenhuiskoks kleine hapjes bereid, die patiënten die moeite hebben met eten of er geen smaak van hebben, toch aan het eten kregen. De bereiding is gebaseerd op het GOT-principe : Gustatie, Olfactorie en Trigeminatie, het stimuleren van het ene zintuig als het andere minder werkt. Alle aanwezige proevers waren enthousiast. Ze konden zich, terugdenkend aan eigen ervaringen, goed voorstellen dat patiënten tijdens hun chemokuren dergelijke hapjes op prijs stellen.

Wait-and-seebeleid

Oncologieverpleegkundige Didi Berends ging in op de psychische en sociale gevolgen die een wait-and-seebeleid kan hebben. Vaak is er onbegrip bij de omgeving, waardoor de patiënt zich onzeker voelt. Daarom zijn er steeds gesprekken met de oncologieverpleegkundigen die tips geven hoe je het best met dit wait-and-seebeleid om kunt gaan. De verpleegkundigen houden regelmatig contact met wait-and-seepatiënten, ze kunnen zo nodig gebeld worden en geven tips hoe je het beste met wait-and-see kunt omgaan. Ook wijzen ze altijd op Stichting Hematon, die ook voor deze categorie patiënten zeker wat te bieden heeft.

Tekst: Rien Jonkers Beeld: Peter Teune

Meest recente artikelen