13 september 2017 - Den Haag

Verslagen

Op 13 september 2017 organiseerde Hematon een informatiebijeenkomst in het HagaZiekenhuis in Den Haag. Centraal stond het thema 'Late effecten na de behandeling van lymfklierkanker'. Lara Böhmer, internist-hematoloog in het HagaZiekenhuis, hield hierover een voordracht

Grotere kans op genezing

De kans op genezing bij hodgkinlymfoom is sinds de jaren 60 van de vorige eeuw aanzienlijk vergroot. Het langetermijnoverlevingspercentage bij de stadia I en II is toegenomen tot meer dan 90% en bij stadium II en IV ligt dit percentage inmiddels boven de 75%.

Late effecten

Er is echter ook een keerzijde: de late effecten van de behandelingen. Deze zijn het gevolg van radio- of chemotherapie, of een combinatie daarvan. Ook op dit gebied is er verandering: Werden vroeger nog grote delen van het lichaam in hoge doses bestraald, tegenwoordig zijn de doses lager en veel nauwkeuriger gericht op het te bestralen gebied. Ook bij chemotherapie hebben er veranderingen plaatsgevonden: Het gebruik van sterk alkylerende middelen, vaak in enkele vorm toegepast, is verminderd en vervangen door een combinatie van (nieuwe) middelen waarbij de alkylerende werking over de jaren is verlaagd.

Welke late effecten?

Late effecten kennen een groot palet en kunnen onder andere bestaan uit: nekklachten, zwakke spieren, huidaandoeningen, klachten betreffende de milt, verminderde of geen vruchtbaarheid, verminderd plezier in seksualiteit en geringer libido, kortademigheid, vermoeidheid, osteoporose, de ziekte van Raynaud, problemen met de nieren en de blaas, infecties, gebitsklachten, minder speekselproductie, hart en vaatziekten, het optreden van een tweede vorm van kanker, problemen met de schildklier, neuropathie (zenuwpijnen) en het hebben van het bekende chemobrein (concentratie- en aandachtstoringen, gebrek aan overzicht, paniekaanvallen, moeilijkere omgang).

Behandelbaarheid

Sommige van deze late effecten kunnen behandeld worden terwijl aan andere weinig of niets te doen valt. Het hebben ondergaan van zowel radio- als chemotherapie geeft de hoogste kans op het optreden late effecten, gevolgd door respectievelijk radiotherapie en chemotherapie alleen. Maar ook roken vergroot de kans op late effecten van de behandeling. Lara Böhmer: 'Wanneer je rookt; stop daar dan alsjeblieft mee!' Daartegenover kan een goede leefstijl de kans op problemen verkleinen. Overigens waren vroeger de kansen op het optreden van bepaalde late effecten groter door de destijds toegepaste hogere stralingsdoses en agressievere chemo's.

Het BETER-project

Om deze effecten nog beter in kaart te krijgen en effectiever te kunnen behandelen is recent het initiatief genomen tot het zogenaamde BETER-project, een landelijk netwerk van gespecialiseerde poliklinieken voor late effecten van lymfoombehandeling. Het doel is om de levensverwachting en de kwaliteit van leven te laten toenemen. De nadruk ligt op screening, behandeling, preventie en evaluatie. Inmiddels zijn er 12 BETER-poli's actief. In 2017 zal er nog een klein aantal bijkomen. Mensen die in het verleden zijn behandeld voor hodgkinlymfoom en diffuus grootcellig B-cellymfoom (non-hodgkin) kunnen zich bij een BETER-poli aanmelden voor verdere screening, advies en onderzoek. De criteria hiervoor zijn als volgt:

  • Minimaal 5 jaar na behandeling;
  • Bij behandeling een leeftijd tussen de 15 en 60 jaar;
  • Nu jonger dan 75 jaar.

Meer informatie over het BETER-project is te vinden op de website www.beternahodgkin.nl

Tekst: Herbert Kaptein Beeld: Martijn Roos

Meest gelezen

Meest recente artikelen