14 februari 2019 - Leiden

Verslagen

De snelle ontwikkelingen in de behandeling van myeloom staan centraal tijdens de informatiebijeenkomst in Leiden. Internist-hematoloog Erwin Planken van het Alrijne Ziekenhuis in Leiden vertelt over de nieuwe ontwikkelingen bij de ziekte multipel myeloom.

Er zijn veel nieuwe medicijnen, waardoor er meer keuzes zijn bij de behandeling. Daarbij wordt per patiënt rekening gehouden wat voorgeschreven kan worden. De toxiciteit en de resistentie van een middel kan bij iedere patiënt anders zijn. Oftewel: hoeveel last heb je van bijwerkingen van een middel en welke medicijnen zijn al uitgewerkt bij de patiënt? Welke andere, nieuwe middelen hebben we nog niet ingezet? Myeloom kan zich rustig, maar ook agressief gedragen en daar wordt ook rekening mee gehouden.
De bron van de kwaadaardige plasmacel zit in het beenmerg, waardoor bij woekering botaantasting kan plaatsvinden. De plasmacellen zijn witte bloedcellen die ons beschermen tegen infecties en virussen. Elke plasmacel maakt dezelfde antistof aan, bij myeloom wordt er te veel van één soort aangemaakt.  

Diagnose
Multipel myeloom wordt vaak laat ontdekt omdat patiënten last hebben van rugklachten die niet direct worden herkend als oorzaak van myeloom. Ook kan de ziekte ontdekt worden door een spontane botbreuk. Bij late ontdekking kunnen patiënten een zeer hoog calcium hebben, wat erg gevaarlijk kan zijn. De eiwitten in het bloed kunnen de nieren aantasten. Daarnaast komen ook vermoeidheid en ontstekingen of infecties voor. Bij het stellen van de diagnose wordt gekeken naar het bloed, de lever- en nierfunctie, het kalkgehalte, het beenmerg, urine en DNA-mutatie. Ook wordt een CT-scan van het skelet gemaakt om bothaarden op te sporen.   

Voorloper MGUS
Onderzoekers streven steeds meer naar doelgerichte therapie. De nieuwe medicijnen voor kanker richten zich op de kwaadaardige cellen. Voor de individuele patiënt kan bepaald worden welke genmutaties hebben plaatsgevonden. Met een PET/CT-scan kan precies aangetoond worden waar de myeloomcellen zich bevinden, maar het is niet altijd nodig alles te weten.
Voorlopers van myeloom zijn MGUS en sluimerend (smouldering) myeloom. Nieuw is dat patiënten met sluimerend myeloom behandeld gaan worden. In de studie HOVON 147 worden patiënten behandeld met carfilzomib, lenalidomide en dexamethason. Het beleid was altijd niet behandelen, omdat je ook last van de bijwerkingen kunt krijgen terwijl je nog niet ziek bent. De behandelde patiënten worden vergeleken met de patiënten die deze medicijnen niet krijgen.
Het doel is een diepe respons te bereiken, omdat er aanwijzingen zijn dat daarmee ook een langere ziektevrije periode wordt bereikt. Met diepe respons bedoelt men dat er geen myeloomactiviteit meer meetbaar in het bloed aanwezig is. 

Verloop van de ziekte
Het verloop van multipel myeloom is dat de ziekte na behandeling een tijd wegblijft en dan steeds terugkeert. Per patiënt wordt bekeken wat er op dat moment mogelijk is aan behandeling. Uitgangspunten zijn: zoveel mogelijk behandeling in studieverband, zo lang mogelijk leven zonder ziekteprogressie, steeds behandelen na terugkomen van de ziekte, keuze van de behandeling bepalen door leeftijd en conditie van de patiënt en in samenspraak met de patiënt. 
In de nieuwe richtlijn is de behandeling voor jongere patiënten (onder 65 jaar) het programma van HOVON 131: velcade, thalidomide en dexamethason (VTD) + daratumumab. Voor oudere patiënten de HOVON 143: ixazomib, dexamethason, daratumumab. Deze mibs en mabs behoren tot de nieuwste generatie medicijnen. Daratumumab is een vorm van immuuntherapie. Nieuw is dat die ook in de eerste lijn wordt voorgeschreven. 
In de studie HOVON 143, ixazomib, dexamethason en daratumumab, wordt goed gekeken naar de fitheid van de patiënt; samen met de patiënt bespreekt de arts de keuzes die er zijn, rekening houdend met de fitheid (de zgn. shared decision making). Voor ouderen wordt ook daratumumab voorgeschreven, omdat de ziekte daarmee  lang kan wegblijven. 
Bij de behandeling na het terugkomen van de ziekte is er door alle nieuwe middelen veel keuze. Arts en patiënt bespreken samen wat het beste past.   

Neuropathie
Nienke Bennink, verpleegkundig specialist oncologie, geeft uitleg over het zenuwstelsel. De middelen bortezomib en thalidomide geven klachten in de uiteinden van de zenuwen van de handen en voeten, zoals tintelingen, een doof gevoel, pijn aan ledematen, maar ook moeite met oppakken van kleine dingen en vermindering van spierkracht. Deze middelen blijven in de uiteinden van de zenuwen zitten, waardoor daar schade ontstaat. Zestig procent van de myeloompatiënten heeft deze klachten. 

Wat helpt?
Tijdens een behandeling kan de dosis chemotherapie worden aangepast, de behandeling kan (tijdelijk) stop worden gezet en de behandeling zelf kan worden aangepast. Belangrijk is het altijd te melden als er klachten zijn. 
Als er ook na de behandeling klachten zijn, kan de patiënt bij het pijnteam een middel tegen zenuwpijn krijgen. Ook fysiotherapie en acupunctuur kunnen helpen, net als zenuwstimulatie (TENS-behandeling).   

Na de beantwoording van vragen uit de zaal bedankte regioteamcoördinator Ada van Oosten de sprekers, het ziekenhuis en de vrijwilligers.  

 

Tekst: Femia Bosman Beeld: Martijn Roos 

Meest recente artikelen