18 maart 2017 - Zwolle

Verslagen

Het wordt steeds belangrijker om de genetische eigenschappen van kankercellen precies in kaart te brengen, zodat de behandeling daar nauw bij kan aansluiten. Dat was de rode draad van bijna alle ziektespecifieke presentaties tijdens de Hematondag Noord in Zwolle, op 18 maart. 

Het was de eerste Hematondag nieuwe stijl, bezocht door zo'n 370 mensen. De landelijke dagen worden sinds dit jaar niet meer per ziektebeeld georganiseerd, maar per regio. Noord was het eerste aan de beurt. Op 10 juni volgt Midden in Nieuwegein en op 7 oktober is Zuid in 's-Hertogenbosch aan de beurt.

Belangrijkste nieuws

'Wat is het belangrijkste nieuws dat je vandaag hebt verteld aan patiënten?' Die vraag kreeg een aantal sprekers van de ochtendsessies, die in het teken stonden van de laatste ontwikkelingen per ziekte. 

Tim de Waal, internist-hematoloog Isala, Zwolle/Meppel, over CLL

'Ik heb verteld over CLL in de breedste zin van het woord. Ik wil graag dat mensen begrijpen wat ze nu daadwerkelijk hebben, wat belangrijk is om te weten bij de keuze voor een behandeling en welke typen behandeling er zijn. Behandelingen met bijvoorbeeld ibrutinib, idelalisib of venetoclax. Dat is geen chemotherapie, maar een gerichte therapie waarmee we steeds meer kunnen bereiken, ook voor mensen die niet goed meer reageren op chemotherapie. Vóór de start van elke behandeling krijgt daarom iedereen DNA-onderzoek, om aan de hand daarvan te bepalen welke behandeling het beste is: chemotherapie of een van de nieuwe middelen. Overigens is in heel zeldzame gevallen, bij fitte, jonge patiënten, stamceltransplantatie nog steeds de beste therapie.'

Lieke van der Helm, arts-assistent Martini Ziekenhuis, Groningen, over MDS en AML

'Azacitidine en decitabine zijn nieuwe behandelingsopties voor hoog-risico MDS en AML. Deze middelen zijn geen chemotherapie, ze geven dan ook minder bijwerkingen. Genen die tumorgroei onderdrukken staan 'uit' in kankercellen. Als je die weer 'aan' kunt zetten, heb je een mechanisme om de groei te remmen. En dat mechanisme heb je ook als je genen die de tumorgroei stimuleren 'uit' kunt zetten. Dat is wat deze twee nieuwe middelen doen. Voor AML zijn ze op dit moment de meest aangewezen behandeling als chemotherapie geen optie meer is. Er loopt nu onderzoek bij een groep oudere AML-patiënten om te kijken of deze middelen net zo effectief zijn als chemotherapie. Dat zou goed nieuws zijn, want dan kun je met minder zware therapie veel meer bereiken.
Met azacitidine en decitabine kunnen we levens verlengen, maar deze middelen kunnen de ziekte niet genezen. Voor genezing is nog steeds stamceltransplantatie nodig. Maar we kunnen bij een stamceltransplantatie wel met deze middelen voorbehandelen. Op die manier kunnen we de ziekte rustig krijgen om te voorkomen dat de donorcellen meteen na de transplantatie de strijd verliezen van de kankercellen.
Verder zitten nog allerlei middelen in de pijplijn, zodat we echt ook naar gerichte behandelingen kunnen werken. Daarvoor zullen we in de toekomst precies kijken: welke mutaties zijn er die we aan kunnen pakken met heel gerichte therapie. 

Janneke Swart, internist Wilhelmina Ziekenhuis, Assen over CML

'Bij CML is het essentieel dat er in de spreekkamer altijd een gesprek is over het effect van de behandeling. Dat is zo belangrijk, omdat vijftig procent van de patiënten bijwerkingen heeft. Bovendien blijkt uit onderzoek dat 25 procent van de patiënten af en toe vergeet om de medicijnen in te nemen. En als je er meer dat twee per maand vergeet, is de effectiviteit al veel minder. Daarom is het zo belangrijk om de BCR-ABL nauwkeurig te monitoren en eventuele bijwerkingen van de behandeling te bespreken.
Het belangrijkste nieuws over CML is dat de verschillende medicijnen zo goed werken, dat er steeds meer mensen kunnen proberen te stoppen met deze medicijnen. Dat is mogelijk als je minstens twee tot die jaar heel lage BCR-ABL-spiegels hebt, of als de BCR-ABL zelfs niet meer meetbaar is. Bij de helft van de patiënten blijft de ziekte na het stoppen langdurig weg.' 

Indolent/laaggradig non-hodgkinlymfoom, Carin Hazenberg, internist-hematoloog UMCG, Groningen

'Het indolent of laaggradig non-hodgkinlymfoom kan zich vaak jarenlang traag gedragen. Er is dan geen reden om te behandelen. Het middel zou dan erger zijn dan de kwaal, als het gaat om bijwerkingen en het ontstaan van resistentie. Als er wel behandeling nodig is, dan is dat met een combinatie van middelen die R-COP genoemd wordt (rituximab, cyclofosfamide, oncovin (vincristine) en prednison).
We weten steeds beter wat er precies in de cellen gebeurt als het gaat om celdeling en celdood. Nieuwe ontwikkelingen hebben vooral betrekking op middelen die daarop ingrijpen, zoals idelalisib en ibrutinib. Nu worden die middelen nog vooral in onderzoeksverband gebruikt, maar in de toekomst worden ze breder ingezet. We zullen ook steeds meer gaan kijken naar welke genetische mutaties de patiënt nu precies heeft, en daar de behandeling op aanpassen.'

Agressief non-hodgkinlymfoom en hodgkin, Wouter Plattel, internist-hematoloog UMCG, Groningen

'Tijdens mijn presentatie gaf ik een algemene introductie over hodgkin en agressieve non-hodgkin: wat zijn de verschillen in presentatie, eigenschappen en behandeling? Een nieuwe ontwikkeling is onder meer dat we nu bij het diffuus grootcellig B-cellymfoom beter op grond van de eigenschappen kunnen voorspellen hoe je op de behandeling gaat reageren. In nieuwe studies gaan we daarom bekijken hoe we bij mensen waarvan de denken dat ze minder goed gaan reageren, nieuwe middelen aan de behandeling toe kunnen voegen. Daarnaast is voor zowel hodgkin als non-hodgkin immuuntherapie veelbelovend. In de komende jaren zal immuuntherapie onderdeel zijn van veel studies, en wellicht ook van de behandeling.'

Stamceltransplantatie, Tite Reker, transplantatieverpleegkundige UMCG, Groningen

'De belangrijkste nieuwe ontwikkeling is de mogelijkheid van haplotransplantatie. Die verhoogt de kans om een donor te vinden aanmerkelijk. Had je eerst officieel tien matchende eiwitten nodig om een stamceltransplantatie te kunnen doen, bij haplotransplantatie is vijf genoeg. Dat betekent bijvoorbeeld dat een van je kinderen donor zou kunnen zijn, of een neef of nicht. Overigens is een haplotransplantatie nog steeds niet eerste keus. De volgorde van voorkeur is eerst een broer of zus, dan een matchende onbekende donor en dan pas de haplotransplantatie.
De voorbehandeling is namelijk erg zwaar, met hoge doses chemo- of radiotherapie. Op dit moment moet je dan ook jonger dan zestig zijn. Maar de kans om een donor te vinden is vrij groot en dat is goed nieuws.' 

Effecten na behandeling van bloedkanker, Francisca Ong, radiotherapeut-oncoloog Medisch Spectrum Twente, Enschede

'Nu de genezingskans hoger wordt, krijgen late effecten van de behandeling steeds meer kans om de kop op te steken. De werkgroep Beter na hodgkin houdt zich bezig met die late effecten. Er worden landelijke richtlijnen opgesteld voor de manier waarop deze late effecten verminderd of voorkomen kunnen worden. Door het hele land zijn er zogenaamde Beter-poliklinieken en er komen er nog veel meer. Lang niet alle effecten kunnen voorkomen worden, maar erkenning is al heel belangrijk. Wat vaak wordt genoemd is dat een gezonde leefstijl helpt om late effecten zo veel mogelijk te bestrijden. Overigens zullen patiënten van nu minder last hebben van late effecten. Door nieuwe technieken is het mogelijk om veel minder gezond weefsel te bestralen, dus ook minder te beschadigen.

Middagsessies

De middagsessies waren niet per ziekte georganiseerd. Werd er in het ene zaaltje grondig ingegaan op het thema Kanker en werk, in de ruimte ernaast klonk het geluid van zingende mensen die onderzochten wat muziek voor hen kan doen. De grote variatie in workshops 's middags en het informatieve gehalte van de ochtendsessies, samen met de kwaliteit van locatie en organisatie, zorgden ervoor dat deze dag door bezoekers hoog werd gewaardeerd.

Tekst: Liesbeth van der Heijden Beeld: Harold van Beele en Harm Schinkel Impressiefilm: Martin de Ruiter

Meest gelezen

Meest recente artikelen