21 maart 2019 - Leiden

Tekst: Laurence van Heijst | Beeld: Paul Bisschop Verslagen

Om 19.15 uur heet Ada van Oosten, regioteamcoördinator van regio West, 68 bezoekers welkom en geeft een korte presentatie over Hematon. Joost Vermaat, internist-hematoloog in het LUMC, begint zijn lezing ‘Immuuntherapie met medicijnen’ met de aandacht in de media voor de Nobelprijs van 2018: ‘… baanbrekende immuuntherapie tegen kanker’.

Immuuntherapie met medicijnen
Afweer is een complex samenspel van cellen, eiwitten en antistoffen.
Immuuntherapie maakt gebruik van het afweersysteem. Er zijn verschillende vormen:

  • Monoclonale antistoffen (zoals Rituximab): herkennen en hechten aan de eiwitten van de kankercel. Bij de diverse ziektebeelden wordt voor elk een specifieke antistof ingezet, vaak in combinatie met chemotherapie.
  • Gekoppelde antistoffen: antistoffen werken samen met chemotherapie. Daarbij moet wel een specifiek eiwit op de kankercel zitten dat herkend wordt door de antistof.
  • Bi-specifieke antistoffen: zijn twee verschillende antistoffen die aan elkaar gekoppeld worden om de kankercel te koppelen aan een afweercel, waardoor de kankercel wordt vernietigd.
  • Immuun-checkpointremmers: de kankercel kan door een speciale binding aan de afweercel ervoor zorgen dat de afweercel geremd wordt in haar vernietigende werking. Immuun-checkpointremmers zorgen ervoor dat deze binding niet tot stand komt en de afweer haar vernietigende werking kan blijven uitvoeren. Nu alleen bij huid- en longkanker, maar in studieverband ook bij lymfklierkanker in tweede en derde lijn.

Immuuntherapie kan ook bijwerkingen geven, die soms zeer ernstig zijn. Pas over een paar jaar worden de effecten zichtbaar van de nieuwe therapieën. 
Nieuw zijn precisiemedicijnen (zoals Ibrutinib), die het signaal in de kankercel om te gaan delen remmen. Een aantal ziektes wordt al zo behandeld. Gezocht wordt naar behandeling op maat voor iedere patiënt. Daarvoor is onderzoek nodig (zoals in het LUMC gebeurt) naar specifieke kenmerken, zoals eiwit-signaalketens en de balans in een normale cel en die in een kankercel. Met precisiemedicijnen en andere immuuntherapie komt kanker als chronische ziekte een stapje dichterbij.

Levend geneesmiddel
Inge Jedema, Hoofd Laboratorium voor Translationeel Onderzoek in het LUMC, vervolgt de avond met haar lezing over afweercellen als ‘levend geneesmiddel’, cellulaire immuuntherapie.

Stamcellen in het beenmerg zijn verantwoordelijk voor de bloedcelvorming: de rode en witte bloedcellen en de bloedplaatjes. Veel hematologische ziektes ontstaan door ontsporing van een cel van de bloedcelvorming. Met allogene stamceltransplantatie wordt de zieke bloedcelvorming van de patiënt vervangen door bloedvorming (stamcellen) van de donor.
Het stamceltransplantaat bevat ook andere witte bloedcellen, waaronder T-cellen. T-cellen hebben een rol in de bescherming tegen virusinfecties en moeten steeds opnieuw leren om die te herkennen, zoals virussen uit exotische oorden en telkens weer nieuwe griepvirussen. T-cellen beschouwen alle niet-veranderde cellen in het lichaam waarin ze zijn ‘opgevoed’ als lichaamseigen en dus ongevaarlijk. Als een cel vreemde trekjes heeft, denkt de T-cel dat die virus-geïnfecteerd is en gaat tot actie over. 

Graft-versus-host
De T-cellen van de donor zullen de ook cellen van de patiënt als vreemd beschouwen en beginnen een afweerreactie. Daarmee pakken ze de kwaadaardige cellen aan (graft-versus-leukemie) en dat is goed. Maar ze pakken ook de cellen in weefsel en organen aan (graft-versus-host) en dat is gevaarlijk. Daarom krijgt de patiënt in het LUMC het transplantaat zonder de T-cellen en worden na drie tot zes maanden alsnog T-cellen van de donor gegeven. 

Cellulaire immuuntherapie
Na de transplantatie steken vaak bepaalde virusinfecties de kop op die dan levensbedreigend kunnen zijn. Om die virussen aan te pakken, worden uit alle T-cellen van de donor de virus-specifieke T-cellen gehaald, zodat die als specifiek therapeuticum ingezet kunnen worden.
T-cellen herkennen kwaadaardige cellen met hun T-cel-receptor en zo kan een donor-T-cel een leukemiecel vernietigen (graft-versus-leukemie). Door met genetische modificatie donor-T-cellen uit te rusten met een nieuwe T-cel-receptor, kunnen ze kwaadaardige cellen vernietigen zoals ze ook virussen aanpakken. Dat modificeren kan met cellen van de donor en met cellen van de patiënt zelf.

CAR-T-celtherapie
Een nieuw concept is de CAR-T-celtherapie (CAR betekent Chimere Antigeen Receptor). Hierbij worden T-cellen door genetische modificatie uitgerust met een antilichaam-structuur. Een aantal hematologische ziekten wordt hier al mee behandeld.
De resultaten zijn bemoedigend, maar er is risico op ernstige bijwerkingen en de lange termijneffecten zijn nog onbekend. Ook is dit door de rol van de farmaceutische industrie erg duur. Maar het LUMC kan het ook zelf en werkt er hard aan om dit te realiseren.

Tekst: Laurence van Heijst 
 

Meest recente artikelen