27 november 2018 - Meppel

Tekst: Joke Groeneveld  | Beeld: Joshua Keller Verslagen

Een klein maar aandachtig publiek van ongeveer twintig personen luisterde op 27 november in de Ontmoetingsruimte van het Isala Diaconessenhuis in Meppel naar een uitleg over leukemie door internist-hematoloog Tim de Waal. De informatieve bijeenkomst was georganiseerd door de Hematonregio Groningen-Drenthe.

Leukemie is een breed begrip. Daarom heette deze bijeenkomst ook ‘Leukemie in alle diversiteit’. Op basis van een inventarisatie onder de aanwezigen beperkte Tim de Waal zich hoofdzakelijk tot drie (van de vier) grote soorten leukemie: AML (acute myeloïde leukemie), CML (chronische myeloïde leukemie) en CLL (chronische lymfatische leukemie). 

AML

Leukemie is een woekering van kwaadaardige witte bloedcellen. Bij AML gaat het om een woekering van jonge cellen (blasten), die zich niet ontwikkelen tot gezonde ‘volwassen’ bloedcellen. De ziekte treft vooral, maar niet uitsluitend, oudere mensen. Er zijn veel verschillende types AML; de verschillen hangen meestal samen met afwijkingen in het DNA. Het is een levensbedreigende ziekte, daarom moet er snel behandeld worden.  

De fitheid en de leeftijd van de patiënt èn het type AML zijn bepalend voor de keuze van de behandeling. De patiënten die het aankunnen krijgen intensieve chemotherapie, bestaande uit twee zware kuren, die gepaard kunnen gaan met ernstige bijwerkingen. Daarna volgt eventueel een stamceltransplantatie. Ouderen die geen zware behandeling meer kunnen doorstaan, krijgen doorgaans een mildere chemo en geen stamceltransplantatie. 

CML

Bij CML en enkele aanverwante ziekten rijpen de witte bloedcellen wel uit (in tegenstelling tot AML), maar er worden er (veel) te veel aangemaakt. De oorzaak zit in de chromosomen; CML-cellen bevatten het zogenaamde Philadelphia-chromosoom, wat leidt tot de productie van het eiwit BCR-ABL (Tim de Waal noemt het BCR-abel). Dat eiwit zet de cellen aan tot deling. CML komt het meest voor bij mensen van boven de vijftig. 

De behandeling van CML bestaat uit pillen die het BCR-ABL-eiwit blokkeren. Er wordt onderscheid gemaakt tussen pillen van de eerste generatie (Glivec (imatinib)) en van de tweede of derde generatie. De nieuwste behandelrichtlijn voor CML (2018) geeft twee behandelopties, afhankelijk van de fase van de ziekte en de omstandigheden van de patiënt. Als de pillen niet (meer) helpen, is een allogene stamceltransplantatie te overwegen. 

CLL 

CLL is de meest voorkomende vorm van leukemie; jaarlijks komen er in Nederland ongeveer 700 patiënten bij. Bij CLL zijn het bepaalde (rijpe) witte bloedcellen, namelijk de lymfocyten, waarvan een toename te zien is. Vaak heeft de patiënt geen klachten en wordt de ziekte toevallig ontdekt. CLL kan jaren lang een rustig beloop hebben, wait-and-see is dan de beste aanpak. Tien procent van de patiënten is zo ziek, dat behandelen noodzakelijk is. Er zijn verschillende combinaties van chemo- en immunotherapie mogelijk, ook als de CLL later terugkeert. Naarmate de kennis over de ziekte is toegenomen, is de behandeling ingewikkelder geworden. De Waal noemde met name een afwijking van chromosoom 17 (del17P) en een mutatie in het TP53-gen. Als de patiënt die heeft, werkt chemo niet. 

Na de pauze beantwoordde De Waal vragen van aanwezigen en ging hij wat dieper in op de verschillen tussen de leukemieën. Met name door de toenemende kennis over DNA-afwijkingen is het leukemie-landschap ingrijpend aan het veranderen.  

 

Tekst: Joke Groeneveld   Beeld: Joshua Keller

Meest recente artikelen