31 oktober 2017 – Enschede

Verslagen

Ongeveer 80 personen luisterden op 31 oktober in het MST (Enschede) naar de lezing van hematoloog Wim Smit over immuuntherapie. In 2013 kwam de doorbraak dat T-cellen via immuuntherapie ingezet konden worden om kanker te bestrijden. Sensationele resultaten werden bereikt in de behandeling van huidkanker. De vraag was: 'Hype of Hope?'.

Hip

'Immuuntherapie is hip', zegt Smit. Algemene therapie bij kanker bestaat uit chirurgie, radiotherapie en chemotherapie. Die laatste is niet selectief, een 'vrij lomp instrument' dat zich richt tegen meer dan alleen de kanker. Het werkt niet altijd en het is maar afwachten wat er nog meer beschadigd wordt. 

Met immuuntherapie kunnen drie extra vormen van behandeling worden ingezet:

  • antilichamen (bijvoorbeeld rituximab);
  • immuunsysteem manipuleren: nieuwe medicatie, T-cellen 'opvoeden';
  • Nieuw immuunsysteem geven: allogeen transplanteren

Het eigen immuunsysyteem

Het eigen immuunsysyteem beschermt tegen infecties en ook tegen kanker. De verschillende cellen hebben hun eigen functies en eigenschappen. Cellen 'praten' met elkaar en kunnen elkaar activeren. De immuunreactie van het lichaam kan tumorcellen opsporen en vernietigen door middel van geactiveerde T-cellen. De tumorcellen zijn herkenbaar door de antigenen (eiwitten) die ze maken. Door daarmee te stoppen, schermen ze zich af voor gezonde afweercellen en ontsnappen ze aan het immuunsysteem. De balans wordt verstoord en tumorcellen kunnen ongeremd groeien.

Inzet van immuuntherapie tegen kanker

Cytokinen stimuleren het immuunsysteem (bijvoorbeeld interferonen). Monoclonaire antilichamen zijn een selectief mechanisme en worden ingezet in combinatie met chemotherapie.

  • Oude bekenden zijn: rituximab (non-hodgkinlymfoom, hodgkinlymfoom, CLL), trastuzumab (maag- en mammacarcinoom) en alemtuzumab (CLL).
  • Nieuw (in onderzoeksverband) zijn: inotuzumab-ozogamycine (ALL, NHL): chemo die naar de tumor toegebracht wordt en brentuximab-vedotin (hodgkinlymfoom): veelbelovend maar heeft bijwerkingen.

Cellulaire immuuntherapie

Kankervaccins hebben tot doel de T-cellen te activeren, maar zullen nooit op grote schaal worden toegepast. Het werkt niet bij iedereen en het is heel bewerkelijk.

Check point inhibitors zijn nieuw: bijvoorbeeld ipilimumab, pembrolizumab en nivolumab heffen de remmende werking op van antistoffen op het immuunsysteem: de T-cellen gaan weer werken. Ook deze therapie heeft bijwerkingen.

Allogene stamceltransplantatie: door stamcellen van een donor te transplanteren naar de patiënt, kan deze een nieuw immuunsysteem opbouwen. Bij de voorbehandeling wordt het eigen immuunsysteem (en vaak ook de ziekte) vernietigd. Een stamceltransplantatie kan ernstige bijwerkingen hebben.

Uitdaging

Beoordeling van de resultaten is nog een uitdaging. De afname van de kanker ziet er bij immuuntherapie anders uit dan bij conventionele therapie. Maar de veelbelovende en vaak effectieve behandelingen kunnen ook ernstige bijwerkingen hebben. Niet alle ziekenhuizen mogen deze behandelingen geven. Vroege herkenning kan de ernst van bijwerkingen beperken. Als patiënt moet je goed geïnformeerd worden. Bij klachten neem je altijd contact met het ziekenhuis op, niet met de huisarts!

Nieuw zijn:

BiTE's: antistoffen die de afweercel bij de kankercel brengen.

CAR-T-cellen: buiten het lichaam worden T-cellen genetisch gemodificeerd en geactiveerd. In Nederland wordt dit in onderzoeksverband toegepast bij patiënten die nergens meer op reageren.

Conclusies

  • De cytotoxische T-cel speelt een centrale rol in de diverse vormen van immuuntherapie bij kanker.
  • Er is verschil in gevoeligheid voor immuuntherapie bij verschillende vormen van kanker.
  • De bijwerkingen van immuuntherapie zijn vaak het gevolg van overstimulatie van het immuunsysteem en vereisen snelle actie.
  • Immuuntherapie is een 'veld in beweging'.

Hype of Hope? Wim Smit houdt het toch op veel hoop.

Tekst: Laurence van Heijst Beeld: Eddy Kruissink

Meest gelezen

Meest recente artikelen