Graft-versus-host

 

Wanneer de donorcellen jouw lichaamscellen herkennen als 'vijand' en ze gaan aanvallen, kan er een afstotingsreactie ontstaan. Dit heet de graft-versus-hostziekte. Of je hier last van krijgt is niet te voorspellen. Er zijn twee soorten graft-versus-hostziektes te onderscheiden.  

  • Acute graf-versus-hostziekte ontstaat tussen tien dagen en drie maanden na de transplantatie. Deze vorm is meestal tijdelijk.
  • Chronische graft-versus-hostziekte krijg je vanaf twee tot drie maanden na de transplantatie en kan soms jaren duren. 

Klachten 

De graft-versus-hostziekte is grillig. Je weet niet precies wanneer het zal ontstaan en hoe heftig de klachten zijn. De verschijnselen kunnen mild zijn, maar ook levensbedreigend.  

De klachten die bij graft-versus-hostziekte het vaakst optreden zijn:  

  • roodheid en jeuk aan handpalmen, voetzolen of achter de oren;
  • rode verkleuring van de huid over het hele lichaam;
  • diarree en misselijkheid;
  • ontstoken mondslijmvliezen;
  • beschadiging van longen of lever. 

Graft-versus-hostziekte bestrijden 

Om de aanval van de donorcellen tegen jouw cellen tegen te gaan, krijg je in de eerste tijd na de transplantatie medicijnen. Na een tijdje wennen de donorcellen aan die van jou en neemt het risico op graft-versus-hostziekte af.  

Sommige transplantatiecentra verwijderen bepaalde afweercellen, de T-lymfocyten (of een deel van de T-lymfocyten) uit het transplantaat. Deze worden in een latere fase, als de chemotherapie helemaal is uitgewerkt, toegediend. Dat vermindert de kans op graft-versus-hostziekte. T-lymfocyten hebben echter ook een functie, ze ruimen eventueel achtergebleven kankercellen op. Zonder T-cellen heb je dus een grotere kans op terugkeer van de ziekte.