Myeloablatief of niet-myeloablatief

 

Er zijn twee soorten allogene stamceltransplantatie 

  1. Myeloablatief
    Bij een myeloablatieve allogene stamceltransplantatie vernietigt de chemo- en/of radiotherapie al je beenmerg. Dat betekent dat je nieuwe stamcellen nodig hebt omdat je hele afweersysteem vernietigd is. Bij deze behandeling gaat het er vooral om je ziekte te bestrijden met chemo- of radiotherapie.
  2. Niet-myeloablatief
    Bij een niet-myeloablatieve allogene stamceltransplantatie is de voorbehandeling minder intensief. Het beste resultaat van deze behandeling wordt verkregen als er nauwelijks nog restziekte aanwezig is. De chemotherapie is dan vooral gericht op het onderdrukken van je afweer en op het ruimte maken voor nieuw beenmerg en een nieuw afweersysteem. De donorstamcellen vallen de tumorcellen in je lichaam aan. Dit heet ook wel het graft-versus-tumoreffect. 

Onderscheid verdwijnt

De klassieke scheiding tussen myeloablatief en niet-myeloblatief verdwijnt langzamerhand door de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. Hierdoor kunnen ook patiënten op hogere leeftijd profijt hebben van aanvullende chemotherapie. De keuze voor myeloablatieve of niet-myeloablatieve conditionering hangt vooral af van de keuze van de medicijnen, de leeftijd en conditie van de patiënt.