Voor- en nadelen allogene stamceltransplantatie

 

Voordelen 

  • Het belangrijkste effect van een allogene transplantatie is het graft-versus-tumoreffect. Hierbij herkennen de donorcellen de achtergebleven tumorcellen als vreemd waarna ze ze opruimen. Dit brengt ook het risico met zich mee dat de donorcellen andere, gezonde cellen in het lichaam van de patiënt als vreemd herkennen en 'aanvallen'. Dit heet het graft-versus-hosteffect.
  • Het risico op terugkeer van de ziekte is door het graft-versus-tumoreffect kleiner dan bij autologe stamceltransplantatie. 

Nadelen 

  • Je hebt een aanzienlijke kans op infecties; onder andere omdat je medicijnen moet gebruiken die de afweer onderdrukken.
  • Het herstel bij een allogene stamceltransplantatie is langdurig.
  • Graft-versus-hosteffect: de donorcellen (graft) keren zich tegen jou (de host). De afweercellen van de donor beschouwen jouw cellen als vreemd en vallen deze aan. Hoe meer de HLA-typeringen van donor en ontvanger verschillen, hoe groter de kans op graft-versus-host. Maar het kan ook gebeuren als de HLA-typering volledig overeenkomt. Er bestaat onderscheid tussen een acuut en chronisch graft-versus-hosteffect. De acute vorm uit zich vooral in de aantasting van huid, maag-darmkanaal en lever. Een chronisch graft-versus-hosteffect kan in elk orgaan voorkomen.
  • Er is een heel kleine kans dat de stamcellen door de patiënt worden afgestoten (non-engraftment).