Immuuntherapie

Immunotherapie, ook wel immuuntherapie genoemd, is een behandelwijze voor kanker die steeds vaker wordt toegepast, ook bij leukemie en lymfeklierkanker. Immunotherapie schakelt het eigen afweersysteem in om de tumorcellen te vernietigen.

Het afweersysteem en kanker

Ben je gezond, dan weet je afweersysteem het lichaam goed te verdedigen tegen vreemde binnendringers zoals virussen, bacteriën en vreemde stoffen. Die vreemde binnendringers, vaak ziekteverwekkers, noemt men antigenen. Het afweersysteem wordt ook het immuunsysteem genoemd. 

Door mutaties komt het regelmatig voor dat gewone, gezonde cellen van je lichaam veranderen in kankercellen. Als alles goed gaat, herkent je afweersysteem de kankercellen, vernietigt ze en ruimt ze op.

Bij het opruimen van kankercellen werken allerlei stoffen uit het bloed samen, ook met enkele typen witte bloedcellen. Eén van die witte bloedcellen is de T-cel. T-cellen stromen met bloed mee door je hele lichaam, maar kruipen ook door de bloedvatwand heen. Buiten op de T-cellen zit een soort antenne, die een kankercel kan opsporen. T-cellen ‘snuffelen’ overal rond, op zoek naar kankercellen. De T-cel die een kankercel vindt, vernietigt deze zelf óf roept daarbij de hulp in van andere cellen. Zo’n andere cel is bijvoorbeeld de B-cel, die dan antistoffen (immuunglobulinen, afgekort: Ig) gaat maken. De antistoffen hechten zich aan de kankercel waardoor deze snel herkend wordt door een derde type witte bloedcel, die hem vervolgens opeet.

Omdat er heel veel verschillende ziekteverwekkers (antigenen) in je lichaam kunnen komen, bestaan er ook heel veel verschillende antistoffen. Op elk type antigen past maar één speciale antistof. Dat geldt dus ook voor de kankercellen die in je lichaam ontstaan.

Hoe werkt immunotherapie?

Behandelingen van kanker met immunotherapie zijn erop gericht om je eigen afweersysteem een handje te helpen. Wetenschappers bedenken voortdurend nieuwe, slimme behandelmethoden. De meeste van die behandelmethoden kun je niet zomaar bij ieder type kanker toepassen. Veel nieuw ontdekte behandelmethoden zitten nog in de experimenteerfase en moeten zich dus nog bewijzen.

Behandeling met monoklonale antistoffen, zoals Rituximab

Eén van de middelen die al jaren wordt gebruikt is Rituximab. Het laatste deel van die naam: -mab is een afkorting van monoklonale antibodies. Dit zijn antistoffen die in het laboratorium gemaakt zijn: allemaal kopietjes van elkaar (=monoklonaal). Elke antistof past op één type antigen. Rituximab past bijvoorbeeld alleen op cellen met het eiwit CD20. Daarom kan het alleen gebruikt worden bij kankercellen die CD20 bij zich dragen. Het wordt onder meer voorgeschreven bij B-cel non-hodgkinlymfomen (NHL) zoals grootcellig b-cellymfoom en folliculair lymfoom. Ook bij chronische lymfatische leukemie (CLL) leidt het gebruik van Rituximab tot gezondheidswinst. En de bijwerkingen blijven beperkt.

Rituximab wordt via een infuus toegediend, meestal in combinatie met chemotherapie.  Rituximab hecht zich aan de zieke cellen en helpt zo het eigen afweersysteem om deze cellen te vernietigen en op te ruimen.

Soms wordt de -mab aan een chemo gekoppeld om de effectiviteit te verhogen, zoals bij Brentuximab-Vedotin. De -mab is dan het transportmiddel dat de kankercel opzoekt. Daarna komt de chemo Vedotin los. Die werkt dan heel specifiek op de kankercel waaraan de -mab zich heeft vastgeklikt.

Behandeling met checkpoint remmers

Een gezond afweersysteem ruimt kankercellen en ziekteverwekkers op, maar moet weer afgeremd worden als die taak klaar is. T-cellen dragen daarom niet alleen antennes die ziekteverwekkers opsporen, maar ook eiwitten die men checkpoints (controlepost) noemt. De antennes geven gas: stimuleren de afweer; de checkpoints kunnen de afweer afremmen.

Sommige typen kankercellen zetten de checkpoints aan, ze zetten als het ware de rem op de cel aan, waardoor ze het afweersysteem afremmen. De kankercellen hebben dan geen last meer van de T-cellen en kunnen blijven groeien.

De checkpointremmers Nivolumab en Pembrolizumab (-mabs = monoklonale antistoffen) zetten de checkpoints uit, ze halen de rem van de cellen af, waardoor de T-cellen hun werk weer kunnen doen. Dit type checkpointremmers is zeer effectief bij de ziekte van Hodgkin, een vorm van lymfeklierkanker. Deze immunotherapie wordt ingezet bij mensen die al meerdere behandelingen hadden gehad. Checkpointremmers worden ook gebruikt bij B-cel en T-cel non-hodgkinlymfomen.

CAR-T celtherapie

Een bijzondere vorm van immuuntherapie is CAR-T celtherapie. Het wordt slechts bij enkele ziektes ingezet en ook zeker niet bij alle patiënten. Hier lees je meer over CAR-T celtherapie.

Is immunotherapie mogelijk voor jou?

De mogelijkheden voor behandeling zijn afhankelijk van je persoonlijke situatie en het type bloedkanker dat je hebt. Je arts zal je vertellen welke mogelijkheden er zijn. Vaak is een combinatie mogelijk van immunotherapie en chemotherapie, die elkaars werking versterken.

Bespreek met je arts de keuzes en wat de gevolgen ervan voor jou zijn. Denk daarbij aan de kans van slagen van de therapie, de bijverschijnselen op korte termijn en op langere termijn.

Immunotherapie is in de geneeskunde een belangrijk onderzoeksonderwerp, waardoor steeds nieuwe middelen op de markt komen.

Tekst: goedgekeurd door dr. A van Rhenen (UMCU)