Radiologische onderzoeken

Als je kanker hebt, wil de arts weten waar de ziekte zich in het lichaam bevindt. Dit kan in beeld gebracht worden met verschillende soorten radiologische onderzoeken: scans (een CT-scan, MRI scan of PET-scan), röntgenfoto of echografie. De onderzoeken worden gemaakt door een röntgenlaborant en beoordeeld door een radioloog of nucleair geneeskundige. Ook al lijken de apparaten (soms) op elkaar, de scans worden gedaan met een andere techniek en met een ander doel.

Waarom heb je een scan nodig bij onderzoek naar kanker?

In het ziekenhuis wordt er met verschillende scans een beeld gemaakt van de binnenkant van je lichaam. Met die apparaten worden de organen en de weefsels van je lichaam goed in beeld gebracht en onderzocht waar de kanker zit.

Een scan volgt deze stappen:

  • Je krijgt een verwijzing voor een scan. Elke scan verloopt iets anders. Van het ziekenhuis krijg je informatie over de gang van zaken en hoe je de scan thuis moet voorbereiden. Lees deze info ruim tevoren door en houd je aan de instructies. Voor sommige scans moet je nuchter zijn.
  • Een röntgenlaborant maakt de scan, de radioloog of nucleair geneeskundige bekijkt de beelden en schrijft een verslag.
  • Het verslag wordt besproken in het multidisciplinaire overleg (MDO). Hierin zit de radioloog, hematoloog en soms ook andere specialisten (zoals een patholoog en radiotherapeut) en verpleegkundigen.
  • Je hematoloog bespreekt de scan en de uitslag met je.
  • Vaak staat de uitslag van de scan al in je medisch dossier. Je kunt het lezen voor je afspraak bij je hematoloog. Bedenk goed of je dat al wilt lezen of juist niet. Het kan verwarrend werken en je kunt je zorgen maken terwijl dat niet had gehoeven.

CT-scan

Via een CT-scan worden afbeeldingen gemaakt van je organen en weefsels. Het apparaat doet dat met röntgenstraling. Mogelijk krijg je een contrastvloeistof toegediend, als drankje vooraf of via een infuus tijdens de scan. De vloeistof zorgt ervoor dat verschillende weefsels op de scan meer contrast hebben en dus duidelijker worden afgebeeld.

Zo verloopt een CT-scan:

  • Bij een CT-scan lig je op een bed dat door de scanner heen schuift. De scan is een grote ring.
  • Als je ‘door’ de scan gaat, is het de bedoeling dat je zo stil mogelijk ligt.
  • De scanner maakt geen lawaai.
  • Een CT-onderzoek is meestal binnen twintig minuten klaar.
  • Een röntgenlaborant maakt de scan, de radioloog bekijkt de beelden en schrijft een verslag. De hematoloog bespreekt de uitkomsten van het onderzoek met je.

MRI-scan

Met een MRI-scan worden weefsels en organen in het lichaam zichtbaar gemaakt. Het apparaat doet dat via magnetische velden en radiogolven. Soms krijg je een contrastmiddel om afwijkingen in organen en weefsels beter zichtbaar te maken.

Het voordeel van de MRI is dat er geen röntgenstralen gebruikt worden. Ook is het pijnloos. Met name voor mensen met claustrofobie is een MRI-scan geen fijn onderzoek. Omdat je in een nauwe tunnel ligt en helemaal stil moet liggen, kan een MRI-scan een opgesloten gevoel geven. Als je last hebt van claustrofobie is dit goed om van tevoren aan te geven bij de hematoloog, zodat er samen gekeken kan worden naar mogelijke oplossingen.

Niet iedereen kan een MRI-scan ondergaan. Omdat het apparaat werkt met een magnetisch veld, is het niet altijd mogelijk als je protheses van metaal in je lichaam hebt, of een pacemaker of insulinepomp. Dit hangt van het soort materiaal af waar je prothese van is gemaakt.

Zo verloopt een MRI-scan:

  • Bij een MRI-scan lig je op een bed in een tunnel, aan de voor- en achterkant is de tunnel open.
  • Draag geen make-up; sommige soorten make-up bevatten metalen deeltjes.
  • Als je in de scan ligt, is het de bedoeling dat je zo stil mogelijk ligt.
  • Tijdens het onderzoek klinken er harde, kloppende geluiden. Je krijgt daarom oordoppen of een koptelefoon met muziek.
  • Een MRI duurt twintig tot zestig minuten.
  • Een röntgenlaborant maakt de scan, de radioloog bekijkt de beelden en schrijft een verslag. De hematoloog bespreekt de uitkomsten van het onderzoek met je.

PET-scan

Bij een PET-scan worden kankercellen in het lichaam opgespoord via een radioactieve stof. Een kankercel verbruikt veel energie en heeft daarom veel brandstof nodig. De brandstof die de cel gebruikt is suiker (glucose). Bij een PET-scan krijg je voor het onderzoek een beetje radioactieve glucose ingespoten. Zo ziet een arts welke delen van het lichaam veel suiker opnemen en welke weinig. Daaruit kan de arts afleiden waar de kankercellen in je lichaam zitten, hoeveel lymfeklieren zijn aangedaan en of de kankercellen zich ook bevinden in andere organen.

Zo verloopt een PET-scan:

  • Je krijgt een radioactieve stof via een infuus en moet een uurtje wachten, totdat de kankercellen genoeg radioactieve stof hebben opgenomen. Je moet stilliggen omdat de suiker anders naar je spieren gaat. 
  • Tijdens de PET-scan lig je op een bed dat door de scanner schuift. De scan is een grote, open ring.
  • Als je ‘door’ de scan gaat, is het de bedoeling dat je zo stil mogelijk ligt. Zorg dat je gemakkelijk ligt. Geef het aan als je pijn hebt, er zijn hulpmiddelen.
  • De onderzoekstafel schuift een paar keer, in stapjes, door de ronde opening van de scan.
  • Na het onderzoek is de radioactieve stof voor een groot deel uit je lichaam verdwenen. De stof is niet gevaarlijk voor je gezondheid, ook niet voor je omgeving. Via je urine plas je de stof uit.
  • Een röntgenlaborant maakt de scan, de radioloog bekijkt de beelden en schrijft een verslag. De hematoloog bespreekt de uitkomsten van het onderzoek met je.

PET/CT-scan

Een PET-CT-scan is een gecombineerd onderzoek. Je krijgt in één keer de CT-scan en de PET-scan, beide gebeuren door hetzelfde apparaat. De combinatie van een CT-scan en een PET-scan heeft voordelen. De CT-scan geeft via röntgenstraling informatie over de structuur van je organen en kankercellen. Een PET-scan geeft een beeld waar de kankercellen in je lichaam zitten.

Zo verloopt een PET/CT-scan:

  • Je krijgt een radioactieve stof via een infuus en moet een tijdje wachten totdat de kankercellen genoeg radioactieve stof hebben opgenomen. Je moet stilliggen omdat de suiker anders naar je spieren gaat. 
  • Tijdens de scan lig je op een bed dat door de scanner schuift. De scan is een grote, open ring.
  • Als je ‘door’ de scan gaat, is het de bedoeling dat je zo stil mogelijk ligt. Zorg dat je gemakkelijk ligt. Geef het aan als je pijn hebt, er zijn hulpmiddelen.
  • De onderzoekstafel schuift een paar keer, in stapjes, door de ronde opening van de scan.
  • Na het onderzoek is de radioactieve stof voor een groot deel uit je lichaam verdwenen. De stof is niet gevaarlijk voor je gezondheid, ook niet voor je omgeving. Via je urine plas je de stof uit.
  • Na afloop van de scan zegt de radioloog soms hoe de scan is gegaan, was er bijvoorbeeld scherp beeld. Maar de uitslag volgt pas later.
  • Een röntgenlaborant maakt de scan, de radioloog bekijkt de beelden en schrijft een verslag. De hematoloog bespreekt de uitkomsten met je.

Röntgenfoto

Bij een röntgenfoto wordt via röntgenstraling een foto van je lichaam gemaakt. Op deze foto’s zijn vooral de botten goed zichtbaar, daardoor worden breuken of andere afwijkingen goed zichtbaar.

Deze röntgenfoto wordt gebruikt voor het maken van een hart-longfoto, ook wel een thoraxfoto genoemd. Met deze röntgenfoto kan worden gekeken of er bijvoorbeeld vocht of een ontsteking zit in de longen.

Zo verloopt een röntgenfoto:

  • Je ligt op een onderzoekstafel of staat voor een plaat. Soms moet je een bepaalde houding aannemen of moet je in- of uitademen tijdens het maken van de foto.
  • Metaal verstoort het beeld, daarom moet je sieraden, piercings en bh-beugels uit- of afdoen.
  • De hematoloog bespreekt de uitkomsten van het onderzoek met je.

Echografie

Als je een echografie krijgt, krijg je een onderzoek met geluidsgolven. Door de weerkaatsing (echo) van de golven ziet de arts organen en weefsels op een beeldscherm. Zo kunnen organen in het lichaam worden beoordeeld, maar ook tumoren.

Zo verloopt een echografie:

  • Je ligt op een onderzoekstafel. De arts smeert gel op de huid en beweegt een klein apparaatje over je huid.
  • De arts kan de afbeeldingen op een beeldscherm vastleggen als foto’s.
  • De hematoloog bespreekt de uitkomsten van het onderzoek met je.

Tekst: goedgekeurd door dr. N. Toolboom en dr. M. Jak (UMCU)