16 januari 2018 – Delft

Op 16 januari 2018 vond er in het Reinier de Graaf ziekenhuis in Delft een door Hematon regio West-Nederland georganiseerde lezing plaats over multipel myeloom. Deze lezing werd verzorgd door hematoloog-oncoloog Savita Soechit. Daarnaast waren er twee kortere lezingen waarin Ria Peters-Dijkshoorn en Kata Eijsackers vertelden over hun rol en ervaringen als gespecialiseerde oncologieverpleegkundigen. 

In gesprek

Multipel myeloom 

Multipel myeloom (MM), vroeger bekend als de ziekte van Kahler, is een kwaadaardige aandoening van plasmacellen. Plasmacellen zijn een van de vele bloedcellen die in het beenmerg worden aangemaakt. Bij MM ontstaan er woekering van deze cellen waardoor andere cellen in het beenmerg verdrongen worden en zelfs beschadiging van het bot kan optreden.  

Meerjaarse overleving toegenomen 

MM is nog steeds een ongeneeslijke ziekte. Wel zijn de meerjaarse overlevingspercentages toegenomen. Zo bedroeg het 5 jaarse overlevingspercentage, bij diagnose van de ziekte in de periode 1994-1998, ongeveer 30%. Bij diagnose van de ziekte in de periode 2008-2012 was dit percentage toegenomen tot bijna 50%. Ook de overlevingskansen na 10 jaar nemen toe: 28% bij diagnose tussen 2004 en 2007 tegen slechts 15% bij diagnose tussen 1994 en 1998. 
De gemiddelde overleving is daarnaast sterk afhankelijk van factoren zoals leeftijd en fitheid. Fittere en jongere mensen die een autologe stamceltransplantatie kunnen ondergaan (leeftijd begrensd op ca. 70 jaar) hebben in het algemeen een betere prognose dan oudere of minder fitte mensen. 

Klassieke geneesmiddelen 

Deze bestaan uit chemotherapie (melfalan en cyclofosfamide) in combinatie met steroïden (dexamethason en prednison).  Deze 'klassieke geneesmiddelen' worden nog steeds voorgeschreven maar worden ook gecombineerd worden met nieuwere geneesmiddelen. 

Nieuwere geneesmiddelen 

Deze middelen kunnen in 4 categorieën worden onderverdeeld: 

  • Immuun modulerende middelen, gericht op het versterken van het eigen afweersysteem waardoor de ziekte beter kan worden aangevallen. Ook kunnen zij nieuwe vorming van bloedvaten rond tumoren voorkomen. Middelen in deze categorie zijn thalidomide, lenalidomide en pomalidomide. 
  • Proteasoomremmers, geneesmiddelen die de afbraak van eiwitten in de cel verstoren waardoor de kankercel ten gronde gaat. Deze middelen, waaronder bortezomib, carfilzomib en ixazomib hebben een direct effect op de myeloomcellen en hun micromilieu.
  • Monoklonale antilichamen, eiwitten (afweer- of antistoffen) die eiwitreceptoren op de oppervlakte van kankercellen kunnen herkennen en zich daaraan kunnen binden. Hiermee kan het signaal naar de celkern om zich te delen geblokkeerd worden en kan de  kankercel tot apoptose (celdood) gedwongen worden. In het geval van MM zijn deze middelen er specifiek op gericht om een reactie van het afweersysteem op te wekken dat gericht is op het uitschakelen van de myeloomcel. Middelen in deze categorie zijn daratumumab en elotuzumab.
  • Epigenetische medicatie, geneesmiddelen buiten het DNA die de genexpressie van het DNA, zeg maar of een gen aan of uitstaat, beïnvloeden. Ze hebben een direct effect op de myeloomcel en voorkomen eiwitafbraak in de cel waardoor deze sterft. Een middel in deze categorie is panobinostat. 

In de toekomst zullen er ongetwijfeld nog meer middelen ontwikkeld worden, waardoor hopelijk deze ziekte nog beter bestreden kan worden. 

Oncologieverpleegkunde 

De voordrachten van Ria Peters-Dijkshoorn en Kata Eijsackers toonden niet alleen de medische betrokkenheid van oncologieverpleegkundigen aan, maar gaven ook een indrukwekkend beeld van wat het met een verpleegkundige doet wanneer hij geconfronteerd wordt met de ziektes, achtergronden en verhalen van patiënten op de afdeling. 

Tekst: Herbert Kaptein  Beeld: Martijn Roos

Categorieën