Snel verbeterde prognose voor multipel myeloom

Myeloom

Multipel myeloom heeft de laatste jaren een sterk verbeterde prognose. Er is een heel snelle ontwikkeling met veel nieuwe behandelmogelijkheden en allerlei combinaties van medicijnen. Op 30 oktober 2021 presenteerde dr. Wilfried Roeloffzen van het UMC Groningen de nieuwste stand van zaken in de Vredehorst in Hoogeveen.

Beschikbare middelen in 2021

  • proteasoom inhibitoren (bortezomib, carfilzomib, ixazomib)
  • 
immunomodulatoren of iMiD’s (thalidomide, lenalidomide, pomalidomide)
  • monoklonale antistoffen (daratumumab, elotuzumab, isatuximab)
  • chemo (melfalan, cyclofosfamide, doxorubicin)
  • panobinostat
  • selinexor
  • belantamab mafodontin
  • CAR-T-celtherapie
  • bispecifieke antilichamen

Toch blijft een autologe stamceltransplantatie voor de jonge, fitte patiënt tot ongeveer 70 jaar de standaard.

Oudere patiënten

Voor oudere patiënten voor wie een stamceltransplantatie niet mogelijk is, zijn er ook zeer goede behandelingen: 
daratumumab, melfalan, prednison, bortezomib, waarna onderhoud daratumumab 
melfalan, prednison, bortezomib 
lenalidomide, dexamethason 
Binnenkort komt erbij: bortezomib, lenalidomide, dexamethason of daratumumab, lenalidomide, dexamethason. Direct inzetten van deze middelen na diagnose biedt een sterk verbeterde overlevingskans.

Terugkeer van de ziekte

Ten slotte: bij terugkeer van de ziekte zijn er vele behandelopties en combinaties. Vaak wordt dat een behandeling op maat. Er wordt rekening gehouden met ziekte (hoe lang ziek, DNA-uitslag). Hoe goed werden eerdere  behandelingen verdragen? Wat is de leeftijd en de conditie van de patiënt? Geprobeerd wordt om af te wisselen met middelen met een ander aangrijpingspunt. Soms kan een medicijn zelfs opnieuw worden ingezet, ook al was je hiervoor eerder niet meer gevoelig.

Toekomst

In de toekomst ligt de focus op CAR-T-celtherapie en op bi-specifieke antilichamen. Deze worden nu meestal ingezet na 5 tot 7 lijnen van behandeling, vaak als laatste optie.  
Bij CAR-T-celtherapie worden de eigen T-cellen in een laboratorium bewerkt, zodat ze de myeloomcellen gaan aanvallen. De bewerkte T-cellen worden teruggegeven en moeten hun werk doen in het lichaam. Dit is een kostbare, tijdrovende en intensieve procedure, maar de resultaten zijn veelbelovend.

Bispecifieke antilichamen vallen twee soorten myeloomcellen aan. De procedure is eenvoudiger, want de medicijnen staan gewoon op de plank. Ze kunnen dus ook veel sneller ingezet worden. De medicijnen moeten wel continu worden gegeven en niet eenmalig zoals bij CAR-T-celtherapie.  
Ook wordt er nu al geprobeerd om beide behandelingen direct na diagnose in te zetten, omdat dit het beste effect zou geven. Er loopt bijvoorbeeld zo’n studie in Nederland met bispecifieke antilichamen met het medicijn Teclistamab.

Kortom: er is bijna geen ziekte waarvoor zoveel nieuwe middelen worden ontwikkeld. 

Meest gelezen

Meest recente artikelen