Nieuws

Risico op non-Hodgkinlymfoom bij verwanten

Als er in een familie non-Hodgkinlymfoom voorkomt is er een klein verhoogd risico op non-Hodgkinlymfoom bij eerstegraadsverwanten.

Risico op non-Hodgkinlymfoom bij verwanten - foto Sarah Brucker

In een studie onder bijna 170.000 eerstegraadsverwanten van ruim 45.000 non-Hodgkinpatiënten (gediagnosticeerd tussen 1955 en 2010) uit vijf Europese landen werd gekeken naar het voorkomen van een vorm van kanker.
Het risico van een broer of zus van een non-Hodgkinpatiënt om ook een non-Hodgkinlymfoom gedurende het hele leven te krijgen bleek 1,6 maal vergroot in vergelijking met de totale bevolking. Het risico op non-Hodgkinlymfoom van een kind van een ouder met een non-Hodgkinlymfoom was 1,4 maal zo groot in vergelijking met de totale bevolking, gedurende het hele leven. Het risico voor meisjes om een non-Hodgkinlymfoom te krijgen was een fractie groter dan voor jongens.
Bij twee non-Hodgkinlymfomen in een familie was het risico ongeveer 2 maal zo groot als onder de totale bevolking. En bij tweelingen was dit risico nog weer wat groter.
Hierbij moet aangetekend worden dat de kans op een non-Hodgkinlymfoom binnen de totale bevolking één op ongeveer 6500 is. Als het risico 1,4 maal zo groot is, wordt de kans één op 4500.

Bron: Leukemia