Nieuws

Ibrutinib werkt beter voor bepaalde groep CLL-patiënten

Bij patiënten met CLL, die niet meer op de gebruikelijke behandeling reageren, werkt ibrutinib beter dan ofatumumab. Dat blijkt uit onderzoek dat deze maand in de New England Journal of Medicine staat. 

bloedbeeld bij chronische lymfatische leukemie

In het onderzoek werden 391 patiënten behandeld met ofatumumab of  ibrutinib. Patiënten die ibrutinib kregen deden het veel beter: een veel groter percentage reageerde op de behandeling, het duurde langer voor de ziekte terugkeerde en  de overleving was langer dan bij ofatumumab. Ook patiënten met een zogenaamde 17p-deletie, een moeilijk te behandelen groep, reageerden goed op ibrutinib.

Bijwerkingen kwamen iets vaker voor bij  ibrutinib  dan bij ofatumumab. Bij ibrutinb ging het dan om diarree, moeheid, koorts en misselijkheid. Ofatumumab veroorzaakte moeheid, hoesten en  reacties op de toediening via een infuus. Bij slechts 4% van de deelnemers waren de bijwerkingen zo ernstig dat de behandeling stopgezet moest worden. Dat gold voor beide groepen. Bijwerkingen op lange termijn zijn nog niet bekend.

Ibrutinib is geen chemotherapie. Het middel blokkeert een bepaald eiwit in de leukemiecel, waardoor deze cel afsterft. Het is als pil in te nemen.

De fabrikant heeft voor ibrutinib (Imbruvica) in Europa registratie aangevraagd voor de behandeling van CLL-patiënten die niet of niet meer op de gebruikelijke behandeling reageren en voor patiënten met mantelcellymfoom (MCL). In afwachting van de registratie stelt de fabrikant het middel beschikbaar aan hematologen voor patiënten die voldoen aan de criteria, zoals die in het onderzoek werden gebruikt.

Bron: New England Journal of Medicine, 17 juli 2014