Nieuws

Glutenintolerantie kan bijdragen aan ontstaan non-hodgkin

Volwassenen met glutenintolerantie (coeliakie) kunnen mogelijk een agressief non-hogkinlymfoom ontwikkelen. Dat gebeurt bij een kleine groep patiënten. Bij hen laten gluten het immuunsysteem stoffen produceren die bijdragen aan het ontstaan van deze kanker.

Glutenintolerantie kan bijdragen aan ontstaan non-hodgkin - foto Mogens Petersen

Dat blijkt uit een studie van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). 'Het immuunsysteem wordt meestal gezien als een bondgenoot in de strijd tegen kanker,' zegt Jeroen van Bergen, die het onderzoek leidt, 'maar blijkbaar gaat dat niet altijd op.'

Gluten zijn er de oorzaak van dat sommige mensen na het eten van granen als tarwe, gerst en rogge hevige chronische ontstekingen krijgen in de dunne darm. Cellen van het afweersysteem reageren dan buitengewoon heftig op deze gluten. Over het algemeen nemen de klachten sterk af bij toepassing van een glutenvrij dieet. Maar een kleine groep - zo'n twee tot vijf procent bij wie coeliakie op volwassen leeftijd is vastgesteld - reageert niet op het aangepast dieet. Bij hen is sprake van resistente coeliakie.

Bij een bijzondere vorm van resistente coeliakie is een ongeremde vermeerdering van onrijpe witte bloedcellen (lymfocyten) aangetoond in de wand van de dunne darm. Bij ongeveer de helft van de patiënten die hiermee te maken krijgen is non-hodgkinlymfoom vastgesteld. Dat deze kankercellen voor vermeerdering en overleving afhankelijk zijn van eiwit dat hun groei stimuleert, is al langer bekend. De onderzoekers van het LUMC en het Amsterdamse VUmc hebben nu aangetoond dat de vermeerdering van deze cellen net zo sterk kan worden gestimuleerd door drie andere factoren die de groei beïnvloeden. De groeifactoren worden gemaakt door de afweercellen die gluten herkennen.

De Leidse onderzoekers hebben nog geen duidelijk antwoord op de vraag in welke fase van het ontstaan van het lymfoom deze groeifactoren van belang zijn. Van Bergen noemt het waarschijnlijk dat de patiënt, bij het vaststellen van de diagnose non-hodgkin, al tientallen jaren sluimerende darmontstekingen heeft. 'De vraag is nu in hoeverre het helpt om het effect van de nieuw ontdekte groeifactoren te verminderen met doelgerichte medicijnen', zegt Van Bergen. 'Inmiddels hebben we in het laboratorium een groot aantal van deze stoffen getest en twee lijken veelbelovend.'

Of ze in de praktijk werken is niet zeker. 'Het is voor de behandeling alleen maar interessant als die groeifactoren ook ná de vaststelling van non-hodgkin nog een rol van betekenis spelen.'

De bevindingen van de onderzoekers zijn begin deze maand gepubliceerd in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences in the USA.