Nieuws

Ook buiten wetenschappelijke studies betere overleving van AML

Een analyse van alle Nederlandse patiënten met acute myeloïde leukemie (AML) laat zien dat steeds meer mensen een effectieve therapie krijgen. Toch valt vooral bij oudere patiënten nog winst te behalen, schrijven Rotterdamse hematologen.

Nog winst te behalen bij oudere patiënten

De analyse gaat over de periode 1989 tot 2012. In die periode kregen 12.615 Nederlandse patiënten de diagnose AML en bij nog eens 617 werd de variant acute promyelocyten leukemie (APL) geconstateerd. Mensen van alle leeftijden kregen de ziekte, maar het hoogste risico liepen oudere mannen. De onderzoekers koppelden data uit de nationale kankerregistratie aan overlijdensgegevens van de gemeentelijke basisadministraties. Zo konden ze nagaan, of de daadwerkelijk gerealiseerde overlevingskansen overeenkomen met de overlevingskansen, die eerder gerapporteerd zijn in klinische trials.

Vooral in de jongere leeftijdsgroepen kregen steeds meer patiënten de uitgebreidste behandeling van het moment: een chemokuur om de ziekte in remissie te brengen, gevolgd door een onderhoudsbehandeling, eventueel gecombineerd met een stamceltransplantatie. Van de jongere patiënten kreeg een flink percentage de behandeling binnen een wetenschappelijk onderzoek, terwijl de ouderen vaker buiten onderzoeken om behandeld werden, al dan niet palliatief. De 5-jaarsoverleving steeg van 12 procent in de periode 1989-1994 tot 20 procent in 2007-2012. Aan deze verbetering droegen vooral de jongere patiënten bij. De 5-jaarsoverleving van iemand jonger dan 60 jaar die een allogene stamceltransplantatie kreeg, verbeterde van 43 naar 52 procent en vormde daarmee de bovengrens, terwijl de overlevingskans bij AML-patiënten boven de 70 jaar sinds de jaren 90 even slecht bleef.

De auteurs constateren dat de percentages die in artikelen over wetenschappelijke studies gerapporteerd worden, niet worden gehaald, maar dat patiënten ook in de echte wereld dus steeds meer kans hebben om AML of APL te overleven. Ze denken dat de therapieregimes voor ouderen met deze bloedkankers beter kunnen. Een groter deel van deze groep zou een curatieve behandeling moeten kunnen krijgen in plaats van uitsluitend een palliatieve.

Bron: Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde