Verslag Hematondag Zuid op 5 oktober 2019

Tekst Liesbeth van der Heijden | Beeld Frank Smets Verslagen

Nieuwe middelen, nieuwe mogelijkheden. Daarover vertelden veel inleiders tijdens de ochtendsessies van Hematondag Zuid op 5 oktober. Meer dan vierhonderd bezoekers woonden deze dag bij.

Het programma was in grote lijnen hetzelfde als op de andere landelijke dagen, met in de ochtend medische informatie over de diverse ziektebeelden en in de middag workshops over het omgaan met de ziekte. Nieuw was deze keer de workshop ‘Omgaan met vermoeidheid met behulp van de app Untire’ van de organisatie Tired of Cance.
 
Twee van de ochtend-inleiders (over CLL en MDS/AML) vonden tijd voor een kort interview over het belangrijkste nieuws, dat ze tijdens hun presentatie vertelden. Een derde, internist-hematoloog Yavuz Bilgin, leverde zelfs een eigen samenvatting van zijn verhaal over het agressief non-hodgkinlymfoom en hodgkinlymfomen. 
 
Chronische lymfatische leukemie (CLL), Matthijs Eefting, internist-hematoloog Beatrixziekenhuis Gorinchem 
'Samen met de heel interactieve zaal hebben we onder meer besproken dat de prognose de afgelopen jaren sterk aan het verbeteren is. Met de komst van chemo-immuuntherapie is er al zes jaar bij de gemiddelde overleving gekomen. Dat is dan nog zonder de nieuwe middelen zoals ibrutinib en venetoclax. Die gegevens hebben we nog niet. 
Volgend jaar wordt de nieuwe richtlijn voor de behandeling van CLL gepubliceerd. Daarin staan de keuzes voor de behandeling van mensen die voor het eerst behandeld worden, en van mensen bij wie de ziekte terugkomt. Langzaam verdwijnt chemo-immuuntherapie uit de behandeling en wordt overgenomen door de combinatie moleculair-immuuntherapie. Op den duur wordt de behandeling helemaal chemovrij. Dat geeft niet alleen een langere overleving, maar ook minder bijwerkingen op korte en lange termijn. 
Tot slot bespraken we de voors en tegens van deelname aan wetenschappelijke studies. Binnenkort gaan de HOVON-studies 158 en 159 open. Deze studies staan open voor mensen met hoog-risico-CLL, zowel voor de eerste behandeling als voor mensen die al vaker behandeld zijn.'

Myelodysplastisch syndroom (MDS) en acute myeloïde leukemie (AML), Marjan Cruijsen, internist-hematoloog Catharina Ziekenhuis Eindhoven 
'In mijn presentatie ging het nieuws vooral de nieuwe HOVON-studies die recent afgesloten zijn of binnenkort open gaan. Daarbij ligt de nadruk op behandelingen waarbij de standaard chemotherapie gecombineerd wordt met nieuwe middelen, die ingrijpen op specifieke mutaties. Zoals FLT-3-remmers en IDH-remmers. Dat zijn hoogrisico-afwijkingen. Vroeger was voor mensen met deze mutatie het risico groter dat de ziekte zou terugkomen. Met de nieuwe middelen verbeteren de kansen op lange termijn. Dat is voor een aantal van deze middelen bewezen. De bijwerkingen vallen over het algemeen erg mee, ze maken de behandelingen in elk geval niet zwaarder.' 

Agressief non-hodgkinlymfoom en hodgkinlymfoom, Yavuz Bilgin, internist-hematoloog Adrz Goes  
Voor de diagnose van een lymfoom (lymfklierkanker) is een groot stuk weefsel of een heel stuk lymfklier nodig. Hiermee kan de patholoog middels verschillende kleuringen de juiste diagnose bepalen. Immers niet elke lymfklierzwelling hoeft een kwaadaardige ziekte te betekenen. Ook een ontsteking kan zich openbaren door een vergroting van lymfklieren. 

Diagnose 
Als de diagnose van een lymfoom wordt gesteld, is het belangrijk welk type dit is en of het een indolente of een agressieve type. Een indolent lymfoom is een niet-agressief lymfoom, dat niet altijd behandeld hoeft te worden (wait-and-see). Een agressieve lymfoom is snel groeiend, geeft vaak klachten en dient altijd behandeld te worden. Voor de behandeling is de stadium van belang. Dit wordt bepaald door middel van een CT-scan, PET-scan en vaak met een beenmergpunctie.  
Er zijn ongeveer 2000 nieuwe patiënten met een agressieve lymfoom in Nederland. Het komt meer voor bij mannen dan vrouwen en er is een verhoogde risico met toename van leeftijd. Het meestvoorkomende type agressieve lymfoom is het diffuus grootcellig B-cel lymfoom. De gemiddelde leeftijd bij diagnose is 60 jaar. 

Behandeling 
De behandeling bestaat uit immuuntherapie (rituximab) en chemotherapie (RCHOP). Bij stadium I wordt  3 keer RCHOP gegeven, gevolgd door radiotherapie op aangedane gebied. Bij stadium II-IV wordt 6 tot 8 keer RCHOP gegeven. De eindbeoordeling volgt door middel van CT-en PET-scan.

Nieuwe ontwikkelingen 
De laatste jaren is gebleken dat verworven cytogenetische afwijkingen in het lymfoom de prognose beïnvloeden. Hiervoor zijn HOVON-studies ontworpen. De aanwezigheid van cMYC-mutatie heeft een nadelige invloed op de overleving van een diffuus grootcellig B-cellymfoom. Maar toevoeging van lenalidomide aan de therapie bleek een gunstig te hebben (HOVON 130-studie). Er zijn inmiddels aantal andere studies met nieuwere middelen met immuuntherapie om de overleving bij bepaalde hoog-risico patiënten met een diffuus grootcellig B-cel lymfoom te verbeteren (HOVON-151 en HOVON-152 studies). Als de ziekte terugkomt (recidief) of nooit helemaal weg is geweest (refractair) is de prognose slechter. Bij jongeren (jonger dan 70 jaar en als de lichamelijke conditie dit toelaat) kan er hoge dosis chemotherapie gevolgd door autologe (van de patiënt zelf) stamceltransplantatie gegeven worden. Indien dit niet mogelijk is kunnen de patiënten in verschillende ziekenhuizen in studieverband (HOVON-144) behandeld met een nieuwe anti-kanker middel met weinig bijwerkingen (pixantrone). 

Burkitt-lymfoom en mantelcellymfoom 
Andere agressieve lymfomen zijn het Burkitt-lymfoom en mantelcellymfoom. Deze komen niet heel vaak voor. Burkitt-lymfoom komt vaker op jongere leeftijd en is het meest agressieve lymfoom. Het wordt behandeld met hogere dosis chemotherapie. Hiermee is de prognose is gunstig. Een mantelcellymfoom komt vaker bij ouderen voor en de prognose is slechter dan andere typen non-hodgkinlymfoom. Het komt vaker terug. Voor beide typen worden nieuwere behandelmogelijkheden getoetst in HOVON studieverband. 

CAR-T-celtherapie 
Tegenwoordig kunnen de patiënten waarbij de agressieve lymfoom terug is gekomen in studieverband behandeld worden met gemodificeerde afweercellen (CAR-T cellen) van de patiënt zelf. De eerste resultaten zijn gunstig, echter de studies zijn nog lopende en deze behandeling gaat vooraf met een bewerkelijke procedure en gaat vaak gepaard met ernstige bijwerkingen.

Hodgkinlymfoom 
Het hodgkinlymfoom komt minder vaak voor (ongeveer 500 patiënten per jaar) en treft vaker jongeren (gemiddelde leeftijd is 30 jaar). Er is een grote kans op genezing (80-95%). Afhankelijk van het stadium, aanwezigheid van B-symptomen (onbegrepen koorts, veel gewichtsverlies en enorm nachtzweten) en aanwezigheid van risicofactoren (3 of meer aangedane lymfklierregio’s, hoge bezinking, klier of massa 10 cm of meer en aanwezigheid van afwijkingen buiten de lymf-organen) wordt de behandeling bepaald. Patiënten met een laag ziektestadium krijgen 3 of 4 ABVD-kuren gevolgd door bestraling van aangedane lymfklieren. Dit hangt af van een tussentijdse PET-scan. Patiënten met een gevorderde stadium kunnen ABVD-kuren of BEACOPP-kuren krijgen. Met dit laatste is er een hogere genezingskans, maar er kunnen ook meer bijwerkingen ontstaan. Als de behandeling faalt kunnen patiënten met hoge dosis chemotherapie gevolgd door autologe stamceltransplantatie krijgen. Er is ook een nieuw medicijn, brentuximab. Bij jongeren (< 70 jaar) kan dit middel gegeven worden als voorbehandeling voor een allogene (van een gematchte donor)  stamceltransplantatie.

Late effecten 
Tegenwoordig is er ook veel aandacht aan langetermijneffecten van de behandeling. Dit gebeurt in Nederland in de BETER-poliklinieken. Hier wordt aandacht besteedt aan het vroeg opsporen van hart- en vaatziekten, schildklieraandoeningen en optreden van een tweede kanker na lange termijn (zoals borstkanker bij vrouwen). 

Meest recente artikelen