MDS

Myelodysplastische syndromen (MDS) is een verzamelnaam voor een aantal kwaadaardige beenmergaandoeningen, waarbij de normale ontwikkeling van de bloedcellen is verstoord.

MDS

In je bloed zitten verschillende soorten cellen en eiwitten. Deze cellen en eiwitten zijn erg belangrijk. Een tekort eraan kan levensbedreigend zijn. De bloedcellen bestaan uit drie groepen, met elk een eigen taak. Rode bloedcellen zorgen voor het transport van zuurstof door het lichaam. Witte bloedcellen zijn verantwoordelijk voor de afweer. En bloedplaatjes maken dat je bloed kan stollen.

Per minuut worden er ongeveer 350 miljoen bloedplaatjes en rode en witte cellen aangemaakt. De aanmaak van al deze cellen is een ingewikkeld proces dat plaatsvindt in het beenmerg. Dat beenmerg zit vooral in het bekken, het borstbeen, de ribben en de schedel.

Ontstaan

Het myelodysplastisch syndroom (MDS) komt waarschijnlijk voort uit een fout in het DNA van de bloedstamcellen in het beenmerg (myelum). De normale ontwikkeling van de bloedcellen uit de bloedstamcellen is daardoor verstoord (dysplasie). Er ontstaan kwaadaardige bloedcellen. Een deel van deze cellen kan vroegtijdig afsterven in het beenmerg. Het gevolg is dat er te weinig en slecht functionerende rode, witte bloedcellen en/of bloedplaatjes worden aangemaakt. Dat heeft vervelende en vaak ook ernstige consequenties voor de patiënt.

Soms ontsporen de bloedcellen nog verder door een opeenhoping van onrijpe cellen. Dan verandert de MDS in acute myeloïde leukemie (AML). Dat is een agressieve vorm van bloedkanker. De schade in het chromosoom, waarmee MDS begint, ontstaat in de loop van het leven. Er bestaat  een nevenvorm van MDS die veel minder vaak voorkomt: CMML.

Hoe vaak komt MDS voor?

MDS is een zeldzame ziekte die vooral bij mensen tussen de zestig en negentig jaar voorkomt. Het wordt vaker bij mannen geconstateerd. In Nederland gaat het om ongeveer zevenhonderd nieuwe gevallen per jaar. 

Risicofactoren

Hoe krijg je MDS? In de meeste gevallen is er geen oorzaak aan te wijzen. Op dit moment denken hematologen dat mensen die vaak blootgesteld worden aan pesticiden en radioactieve straling, meer risico op MDS lopen. Roken is ook een risicofactor. MDS kan ook ontstaan als je eerder chemotherapie vanwege een andere kankersoort hebt ondergaan. MDS is bijna nooit erfelijk. In zeldzame gevallen is er sprake van een erfelijke afwijking met een verhoogde kans op MDS.

KLACHTEN EN SYMPTOMEN

Bij het stellen van de diagnose hebben sommige patiënten helemaal geen klachten. MDS wordt dan bij een routineonderzoek ontdekt, of bij bloedonderzoek vanwege een andere klacht. Heb je wel klachten, dan lijken ze vaak op tekenen van bloedarmoede. Voorbeelden van klachten die je bij MDS kunt hebben zijn:

  • vermoeidheid bij inspanning
  • vermoeidheid en zwakte
  • ademnood bij inspanning
  • duizeligheid en hoofdpijn
  • ernstige spontane bloeduitstortingen
  • koorts die langer dan enige dagen duurt
  • vaak infecties
  • vergroting van milt (zeldzaam)
  • pijn in de botten (zeldzaam)

Let op: deze klachten komen niet alleen bij MDS voor. Ook andere aandoeningen kunnen deze klachten veroorzaken. Ze moeten de dokter wel aanleiding geven verder onderzoek te doen. 

Soms komen bij MDS klachten voor die ook optreden bij zogenaamde auto-immuunziekten. Het gaat dan vaak om klachten van gewrichten en spieren. Ook doen zich soms pijnlijke en rode huidafwijkingen (vasculitis) voor bij patiënten met MDS.

ONDERZOEK EN DIAGNOSE

Om de diagnose MDS te kunnen stellen is een algemeen lichamelijk onderzoek noodzakelijk. Daarnaast ligt de nadruk vooral op onderzoek van bloed en beenmerg.

Beenmergpunctie

Voor onderzoek van het beenmerg wordt een beenmergpunctie en een beenmergbiopsie gedaan. Deze ingreep gebeurt meestal in het bekken. Een beenmergpunctie is nodig om het beenmerg te kunnen onderzoeken. Het beenmerg wordt daarbij met een holle naald uit het binnenste gedeelte van het bot opgezogen, meestal aan de achterkant van het bekken. Dat gebeurt onder plaatselijke verdoving. Toch is de ingreep helaas niet pijnloos, omdat het bot zelf niet verdoofd kan worden. Het beenmerg wordt gekleurd en onder de microscoop bekeken. Bij een beenmergbiopsie wordt een soort dunne appelboor in het bot gezet. Via die boor wordt een pijpje bot uit het bekken gehaald. De hele procedure duurt tien tot vijftien minuten. De punctie zelf duurt slechts enkele seconden, het nemen van een biopt duurt iets langer. 

Onderzoek van het beenmerg

Het beenmerg wordt onderzocht op de aanwezigheid van normale en afwijkende beenmergcellen (dysplasie) en van zogenaamde blasten. Dat zijn kwaadaardige onrijpe beenmergcellen. Daarnaast worden de chromosomen onderzocht op eventuele afwijkingen. Ook kijkt men momenteel naar kleine afwijkingen op DNA-niveau, zogenaamde mutaties. Met fluorescentie technieken wordt gekeken naar aan- of afwezigheid van veranderingen van eiwitten op bloedcellen. Dit onderzoek is nodig om een goede diagnose te stellen en inzicht te krijgen in de prognose. Er bestaan namelijk karakteristieke chromosoomafwijkingen die een specifieke therapie noodzakelijk maken. Bijvoorbeeld bij het verlies van een deel van chromosoom 5 (del5q). In dat geval kan deze vorm van MDS behandeld worden met het medicijn lenalidomide.

Spanning en onzekerheid

Totdat de diagnose definitief is heb je vast veel vragen over je ziekte, die de arts nog niet kan beantwoorden. Dat kan spanning en onzekerheid met zich meebrengen, zowel bij jou als bij je naasten. Het helpt als je weet wat er bij de verschillende onderzoeken gaat gebeuren. Die informatie krijg je niet altijd vanzelf. Vraag er daarom naar op de afdelingen waar de verschillende onderzoeken plaatsvinden. Stel ook je ongerustheid aan de orde als je met je dokter praat. Je kunt ook via Hematon contact opnemen met lotgenoten om over je zorgen te praten.

Diagnose

MDS komt in een aantal verschillende vormen voor. De verschillende MDS-typen zijn vooral gebaseerd op de mate waarin de afwijkingen in het beenmerg en het bloed aanwezig zijn. Daarnaast spelen het aantal blasten in het beenmerg en afwijkingen in chromosomen een rol bij de indeling van MDS. 

IPSS-R-score

De hematoloog kan op grond van gedegen onderzoek inschatten wat de vooruitzichten zijn met jouw vorm van MDS. Daarvoor wordt de zogeheten IPSS-R-score gebruikt. Deze score wordt berekend aan de hand van:

  • het aantal cellijnen (rode bloedlichaampjes, witte bloedcellen en/of bloedplaatjes) waarvan tekorten zijn
  • het percentage onrijpe bloedcellen (blasten) in het beenmerg
  • het type en het aantal afwijkingen in de chromosomen
Risicoprofiel

Op grond van deze gegevens wordt de IPSS-R-score berekend. Deze score geeft inzicht in hoe het ziektebeloop zou kunnen zijn op basis van statistische overwegingen. Dit wordt uitgedrukt in een laag of hoog risicoprofiel. Met de IPSS-R-score maakt de hematoloog samen met jou een keuze voor de behandeling.

MDS is op dit moment niet te genezen met medicijnen. De enige manier om MDS te genezen is de zieke bloedstamcellen te doden en te vervangen door stamcellen van een donor. Zo’n allogene stamceltransplantatie is een zware behandeling. Of de patiënt hiervoor in aanmerking komt, hangt af van het type MDS, de IPSS-R-score. De leeftijd van de patiënt en de aan- of afwezigheid van andere gezond­heidsproblemen spelen ook een rol.

BEHANDELING

Expertisecentra en richtlijnen

De Nederlandse hematologen hebben richtlijnen opgesteld voor de diagnostiek en behandeling van MDS. Nederland kent een systeem met tien expertisecentra. Elk ziekenhuis kan een centrum raadplegen voor overleg en advies over hematologische zorg. Bij MDS zou dat zeker moeten gebeuren, omdat het om een zeldzame aandoening gaat. Als er overleg is geweest met een expertisecentrum, wordt in het patiëntendossier aangegeven met wie en wanneer dat is gebeurd en wat de uitkomsten waren. De hematoloog zal je de resultaten van deze consultatie mededelen. Doet hij dat niet uit zichzelf, vraag er gerust naar.

Laag risico

Patiënten met een lage IPSS-R-score krijgen meestal een ondersteunende behandeling. Bijvoorbeeld: om bloedarmoede te beperken krijg je bloedtransfusies met rode bloedcellen. Zogenaamde trombocytentrans­fusie zijn bedoeld om bloedingen tegen te gaan. Infecties worden meteen behandeld en als het nodig is, krijg je uit voorzorg antibiotica.

Het kan voorkomen dat een bloedtransfusie nog niet nodig is, maar jij al wel klachten hebt die passen bij bloedarmoede. In dat geval kan een behandeling met zogeheten 'groeifactoren' worden gestart. Dit middel wordt EPO (erythropoietine) genoemd en eventueel in combinatie met GCSF (granulocyten stimulerende groeifactor) gegeven. Deze middelen zetten het beenmerg aan tot de productie van rode bloedcellen (EPO) en witte bloedcellen (GCSF). 

Behandeling 5q-

Patiënten die een deel van het chromosoom 5q missen (del5q, of 5q-), kunnen behandeld worden met lenalidomide. Ongeveer 75% van de mensen met deze vorm van MDS reageert op dat middel. Bij hen verdwijnt de bloedarmoede en is een bloedtransfusie niet meer nodig. Veelal zal de chromosoomafwijking ook verdwijnen. 

Hoog risico

Jonge patiënten (tot 70 jaar) met MDS worden bij voorkeur behandeld met een stamceltransplantatie, waarbij de stamcellen afkomstig zijn van een donor. Is transplantatie niet mogelijk vanwege leeftijd of bijkomende andere aandoeningen, dan kan behandeling met azacitidine worden overwogen. Dit middel wordt onder de huid gespoten. Dat gebeurt maandelijks, gedurende zeven dagen achter elkaar, gevolgd door drie weken rust. De behandeling met azacitidine duurt tenminste enkele maanden. Dat is nodig om de werkzaamheid vast te stellen. De behandeling kan worden voortgezet totdat het middel zijn werking verliest.

Patiënten met een hoog risico MDS die niet in aanmerking komen voor stamceltransplantatie of behandeling met azacitidine krijgen ondersteunende zorg. Die bestaat uit het bestrijden van bloedarmoede en het voorkomen van infecties en bloedingen. 

IJzerstapeling

Patiënten die vanwege bloedarmoede vaak een bloedtransfusie krijgen, stapelen ijzer in het lichaam. Elke zak bloed bevat circa 200 milligram ijzer. Het lichaam heeft elke dag maar ongeveer 2 milligram nodig. Het lichaam kan het overschot aan ijzer niet zelf verwerken. Stapeling van ijzer kan leiden tot schade aan diverse organen als hart, lever en alvleesklier. Er zijn medicijnen beschikbaar die helpen dit overtollige ijzer te verwijderen. Bespreek met de hematoloog op welk moment het gewenst is dit overtollig ijzer te verminderen.

Nieuwe ontwikkelingen

Nederlandse hematologen werken intensief samen bij de behandeling van MDS. Vraag je hematoloog naar de nieuwste ontwikkelingen op dit gebied.

VOORUITZICHTEN

Van alle mensen met MDS is volgens de Nederlandse Kanker Registratie vijf jaar na de diagnose nog 45% in leven. Maar de feitelijk overleving varieert enorm en is afhankelijk van het type MDS en de specifieke chromosoomafwijking. Daarnaast zijn deze cijfers gemiddelden en zeggen nog niet zoveel over de individuele patiënt.

Jouw vooruitzichten kunnen beter zijn dan dit gemiddelde, maar helaas ook slechter. Echter, overlevingscijfers zijn per definitie altijd cijfers uit het verleden. Verbeteringen die vandaag worden ingevoerd leiden pas over jaren tot aangepaste overlevingscijfers.

Delen

ervaringen en lotgenotencontact

  • Marlies

    Zeker, Marlies van Dalen heeft last van late effecten van haar...
  • Jacob en Jelle

    Het is voorjaar 2006. Als de vermoeidheid aanhoudt, denkt de huisarts...
  • Lydia

    Op de profielfoto van Lydia Vale staat een groepje tienermeiden. Ik heb...

Ontmoeten

kom naar één van onze bijeenkomsten

Ontmoeten

lees de verslagen van bijeenkomsten

Ontmoeten

lees de verslagen van bijeenkomsten