Betere overleving Burkittlymfoom

Lymfklierkanker

Mensen met het Burkittlymfoom, een agressieve vorm van lymfklierkanker, hebben dankzij het medicijn rituximab een betere levensverwachting gekregen. Dit blijkt uit onderzoek uit de Nederlandse Kankerregistratie van patiënten die tussen 1989 en 2018 deze diagnose kregen.

Twee jaar na de diagnose Burkittlymfoom had driekwart van de volwassenen van 18 tot 59 jaar een normale levensverwachting. Dat blijkt uit onderzoek van promovendus en internist-hematoloog Djamilla Issa (Amsterdam UMC en Jeroen Bosch Ziekenhuis) en senioronderzoeker Avinash Dinmohamed (IKNL) en collega’s dat onlangs in het tijdschrift Blood (jan. 2021) verscheen. 
De onderzoekers wilden onder andere weten hoe het medicijn rituximab de overleving beïnvloedde. Dat medicijn remt de overmatige activiteit van B-lymfocyten (witte bloedcellen) die kenmerkend is voor een Burkittlymfoom. Rituximab werd in 2003 geïntroduceerd voor de behandeling van patiënten met agressieve vormen van lymfklierkanker, waaronder Burkittlymfoom. Vanaf 2009 behoorde rituximab met chemotherapie tot de standaardbehandeling (chemo-immunotherapie).

Meerjarige overleving 

De onderzoekers hebben van 990 mensen met het Burkittlymfoom tussen 1989 en 2018 het verloop van de ziekte onderzocht. In de eerste twee jaar na de diagnose was de kans op overlijden het hoogst, maar de verschillen tussen jonge en oudere patiënten waren groot. 
Zo stierf tussen 2009-2018 ongeveer een kwart van de 18- tot 59-jarigen in de eerste twee jaar. Van de 60-plussers was dat de helft en zo’n driekwart van de 75-plussers stierf in de eerste jaren na de diagnose. 
Daarna bleven de overlevingskansen redelijk stabiel. Ongeveer driekwart van de 18- tot 59-jarigen die na de eerste twee jaar nog in leven was, had weer een normale levensverwachting. Voor de 60-plussers was dat de helft en voor de 75-plussers was dat een derde die een normale levensverwachting had.

Chemo-immunotherapie

Voor alle leeftijdsgroepen namen de één- en vijfjaarsoverleving toe, maar voor 75-plussers was de toename in éénjaarsoverleving het kleinst. Deze oudste groep kreeg vaker chemo-immunotherapie via een minder intensief schema in vergelijking met de andere leeftijdscategorieën, vooral de 18- tot 39-jarigen. 
Dinmohamed vindt de resultaten over het algemeen bemoedigend. ‘Er is in de afgelopen dertig jaar veel vooruitgang geboekt. We kunnen nu concluderen dat de chemo-immunotherapie zinvol is, vooral voor jonge patiënten. Dat is een belangrijke bevinding, want de behandeling van een Burkittlymfoom is heel zwaar. Anderzijds is de sterfte in de eerste twee jaar na diagnose nog altijd het hoogst. Het zou interessant zijn om de studie over een aantal jaar te herhalen om te zien of de overleving binnen de eerste twee jaar na de diagnose verbetert met de komst van nieuwe en minder toxische behandelingen die momenteel klinisch onderzocht worden.’ 

Meest gelezen

Meest recente artikelen