Nieuws

Infecties bij CAR-T-celtherapie

Patiënten die een CAR-T-celtherapie ondergaan, hebben ongeveer evenveel kans op infecties als vergelijkbare patiënten die een chemo-immuuntherapie krijgen.

Infecties bij CAR-T-celtherapie

De CAR-T-celtherapie staat volop in de belangstelling. T-lymfocyten van de patiënt worden uit het lichaam gehaald en zodanig behandeld, dat ze kwaadaardige cellen met het CD19-kenmerk op hun oppervlak herkennen. Teruggebracht in het lichaam geven ze een aanzet tot vernietiging van deze CD19-cellen. Omdat er een tekort aan alle afweercellen met het CD19-kenmerk ontstaat, kan de patiënt gevoeliger worden voor infecties.

Twee periodes

In het tijdschrift Blood wordt verslag gedaan van een onderzoek waarin is uitgezocht of patiënten door deze therapie daadwerkelijk meer infecties oplopen. Bij 133 patiënten is gekeken naar infecties gedurende twee periodes: van dag 0 t/m 28 en van dag 29 t/m 90 na het teruggeven van de behandelde cellen aan de patiënt. De patiënten hadden acute lymfatische leukemie, chronische lymfatische leukemie of non-hodgkinlymfoom.

In de eerste periode kregen 30 van de 133 patiënten in totaal 43 infecties (dus soms meer dan één per patiënt). In de tweede periode was de kans op infecties vrijwel gehalveerd. Het lijkt erop dat de kans op infecties vergelijkbaar is met de kans na chemo-immuuntherapie bij vergelijkbare patiënten.

Bron: Blood, 16 oktober 2017.

Beeld: Qimono