Lenalidomide of thalidomide bij multipel myeloom

Bij de vergelijking van de behandeling met lenalidomide of thalidomide bij multipel myeloom (MM) is er vooral verschil in de bijwerkingen.

De combinatie melfalan, prednison en thalidomide (MPT) wordt beschouwd als de standaardtherapie voor nieuw gediagnosticeerde MM bij patiënten voor wie stamceltransplantatie niet mogelijk is. Thalidomide heeft als bijwerking neuropathie. Melfalan-, prednison- en lenalidomidetherapie (MPR) toonde veelbelovende resultaten, zonder neuropathie als bijwerking. In de HOVON 87 studie werden beide behandelmethoden vergeleken. In totaal deden 668 patiënten mee, 318 op MPT en 319 op MPR.

Bij de MPT-therapie bleef de ziekte 20 maanden 'stilstaan' en bij MPR 23 maanden. Statistisch gezien was dit verschil niet belangrijk. Bij MPR was er meer sprake van een tekort aan bepaalde witte bloedcellen (neutrofielen) dan bij MPT (64 procent respectievelijk 27 procent). Aan de andere kant kwam neuropathie meer voor bij MPT (16 procent) dan bij MPR (2 procent).

Conclusie: Er blijkt geen verschil te zijn in voortschrijdende ziektevrije overleving tussen de twee behandelingen. Wél is er verschil in bijwerkingen. Hematologische toxiciteit kwam meer voor bij MPR, neuropathie kwam meer voor bij MPT.

Bron: Blood

Meest recente artikelen